Het derde doel luidt: De inwoner die afhankelijk is van een uitkering spant zich maximaal in om (terug) aan het werk te gaan of onderwijs te volgen. De gemeente spant zich in om de inwoner hierbij te ondersteunen en maakt hierover afspraken met de inwoner. Gaat dit goed dan neemt de participatie van de inwoner toe, hoeven geen maatregelen worden opgelegd en maakt de gemeente minder uitkeringskosten.
Hierbij horen drie graadmeters.
Graadmeter afzien van een uitkering
Aantal personen dat afziet van de uitkering vanwege het traject dat Werkkracht samen met de inwoner doorloopt.
Deze graadmeter heeft te maken met het scenario dat het plan van aanpak tijd vraagt die de inwoner aan andere zaken wil besteden, vanzelfsprekend met behoud van uitkering. Het meest voorkomende voorbeeld is dat de inwoner voorrang geeft aan afspraken wegens zwart werken. In dit scenario komt het voor dat de inwoner ervoor kiest af te zien van voortzetten van de uitkering om verder zelf in het eigen bestaan te voorzien. Zonder dat nog toe is gekomen aan het opleggen van maatregelen. In dat geval draagt de aanpak van Werkkracht actief bij aan de handhavingsdoelstelling. In deze factor willen we inzicht krijgen.
Graadmeter schenden arbeidsverplichting
Aantallen meldingen van Werkkracht aan de gemeente van schending arbeidsverplichting afgezet tegen het aantal opgelegde maatregelen. Met vermelding van de reden van (niet) opleggen.
Aantal herhaald opgelegde maatregelen.
Deze tweede graadmeter heeft betrekking op het niet nakomen van de afspraken die gemaakt zijn in het traject naar werk. Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals onmachtl, het voorrang geven aan vrijwilligerswerk boven betaald werk, maar ook onwil. Niet nakomen staat gelijk aan niet nakomen van een arbeidsverplichting. Dit kan leiden tot een verlaging van de uitkering. Of, bij herhaling, meerdere of hogere verlagingen van de uitkering. Het meten van herhalingen is van belang om te peilen of het opleggen van maatregelen effect heeft op gedragsverandering. Ook kan worden blootgelegd dat een inwoner zich prima blijkt te redden ondanks de maatregelen. Dit kan een indicatie zijn dat er andere bestaansmiddelen zijn.
Bij het melden van Werkkracht aan de gemeente is altijd contact over en weer over de situatie en de achtergrond van de inwoner bij het specifieke voorval. Een melding hoeft dan niet altijd te leiden tot een maatregel.
Graadmeters doorlooptijden
Doorlooptijd tussen schending en de opvolging ervan door Werkkracht.
Doorlooptijd tussen melding Werkkracht aan de gemeente en het besluit waarin de gevolgen ervan aan de inwoner worden bekend gemaakt.
De laatste graadmeter is het meten van doorlooptijden. Het meten van doorlooptijden is van belang vanuit de visie dat zo snel mogelijk reageren op de schending van de verplichting helpend is bij het veranderen van gedrag.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.4