**1..** Na ontvangst van een hulpvraag, start het college het onderzoek volgens artikel 2.3.2 van de Wmo 2015 en artikel 2.3 lid 4 van de Jeugdwet. Een gesprek met de cliënt en eventueel zijn vertegenwoordiger, zijn mantelzorger(s), zijn familie en/of een onafhankelijke cliëntondersteuner maakt deel uit van het onderzoek. Voor zover het onderzoek plaatsvindt op grond van de Jeugdwet, worden daarbij tevens de aspecten zoals genoemd in Bijlage 3 in acht genomen.
** 2. .** Voor zover het een hulpvraag in het kader van de Jeugdwet betreft, is het college bevoegd de uitvoering van haar taken te mandateren aan een daartoe aangewezen instantie. Deze instantie handelt binnen de kaders van het mandaatbesluit en is gehouden aan de kwaliteitseisen zoals genoemd in artikel 4.
** 3. .** In afwijking van lid 1 van dit artikel kan het college, in overleg met de cliënt en als daar aanleiding toe is, een gemotiveerde keuze maken om geen gesprek te voeren. Het college stelt de cliënt daarover schriftelijk in kennis.
** 4. .** De cliënt krijgt op tijd, maar uiterlijk tijdens het gesprek volgens lid 1 van dit artikel, informatie over de procedure en zijn rechten en plichten, zoals deze zijn vastgelegd in de Wmo 2015 en de Jeugdwet. De cliënt wordt voor de start van het onderzoek gewezen op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning.
** 5. .** Een weergave van het onderzoek volgens lid 1 van dit artikel wordt, inclusief eventuele gemaakte afspraken, schriftelijk vastgelegd.
** 6. .** In spoedeisende en crisissituaties als bedoeld in artikel 2.3.3 van de Wmo 2015 en artikel 7.2.6 van de Jeugdwet, wordt hulp direct en zonder voorafgaand onderzoek ingezet. Het onderzoek volgens lid 1 van dit artikel vindt dan achteraf plaats.
** 7. .** Voor de toepassing van de begrippen ‘eigen kracht’ en ‘gebruikelijk hulp’ in het kader van de Jeugdwet wordt uitgegaan van het gestelde in Bijlage 2 bij deze verordening. Bij de beoordeling hiervan wordt tevens aangesloten bij de uitgangspunten voor gebruikelijke zorg uit hoofdstuk 4 van de Beleidsregels indicatiestelling Wet langdurige zorg 2024, zoals deze luidde op 1 januari 2024.
** 8. .** Het college kan in nadere regels aanvullende bepalingen opnemen op wat in dit artikel is bepaald.