Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Gemeentelijke toegang en kwaliteitseisen van toegang [Jeugdwet]

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Maasgouw 2020

1. . Het college draagt zorg voor de beschikbaarheid van relevante deskundigheid met betrekking tot: opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen; opvoedingssituaties waardoor jeugdigen mogelijk in hun ontwikkeling worden bedreigd; taal- en leerproblemen; somatische aandoeningen; lichamelijke- of verstandelijke beperkingen, en kindermishandeling en huiselijk geweld. 2. . Indien het college besluit over het verzoek om een maatwerkvoorziening gelden de navolgende kwaliteitseisen: Het onderzoek dient te worden uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van een geregistreerde professional; De geregistreerde professional beschikt bij de aanvraag over de passende deskundigheid en/of ervaring conform de indeling genoemd in lid 1; Indien de geregistreerde professional deze kennis of ervaring niet zelf heeft, dient ten minste één andere geregistreerde professional te worden geraadpleegd en om advies te worden gevraagd over de aanvraag. Dit advies wordt opgenomen in de weergave van het onderzoek. 3. . Om de deskundigheid van het besluit tot inzet van een voorziening te waarborgen geldt dat: Bij het onderzoek gebruik wordt gemaakt van gevalideerde instrumenten door een daartoe opgeleide professional; Indien er geen instrument beschikbaar is wordt een daartoe opgeleide professional met relevante kennis en kundigheid over de gestelde hulpvraag betrokken bij de advisering over, bepaling van en het inzetten van voorzieningen; Ten alle tijden bij de vraag passende academisch opgeleide professionals beschikbaar zijn voor advisering en besluitvorming. 4. . Voor de besluitvorming kan informatie van gecontracteerde aanbieders worden gebruikt, de besluitvorming mag niet aan deze aanbieders worden overgedragen. 5. . Er dient te worden gehandeld conform de richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming. 6. . De betrokken jeugdigen worden waar mogelijk gesproken: Vanaf 12 jaar gebeurt dit in ieder geval, tenzij de jeugdige niet tot een redelijke waardering van zijn belangen in staat is; Onder de 12 jaar wordt een jeugdige gehoord tenzij dit niet mogelijk is of in strijd is met het belang van het kind.

Rechtspraak bij dit artikel