Na vaststelling door de gemeenteraad, zullen tot 1 januari 2021 de uitgangspunten en ambities in deze visie naast de wettelijke regels worden toegepast bij het vaststellen van omgevingsbesluiten en de vergunningverlening voor risicobedrijven.
Na 1 januari 2021 hebben we op grond van de omgevingswet verschillende instrumenten tot onze beschikking waarmee de uitgangspunten en ambities uit deze visie kunnen worden geborgd. De belangrijkste instrumenten zijn:
de omgevingsvisie;
het omgevingsplan;
en het programma.
Hieronder is uitgewerkt hoe we hiermee mee om willen gaan.
De omgevingsvisie
Als gemeente zijn we in het kader van de Omgevingswet gestart met het maken van een omgevingsvisie. Deze EV-visie dient als input voor de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie zal in samenhang met de overige thema’s worden uitgewerkt op welke wijze we gebiedsgericht omgevingsbeleid willen toepassen. De tekst van de samenvatting van deze visie is zodanig opgesteld dat deze kan worden gebruikt als bouwsteen voor het onderdeel omgevingsveiligheid in de omgevingsvisie.
Indien bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog geen omgevingsvisie is vastgesteld, zullen de uitgangspunten en ambities in deze visie naast de wettelijke regels worden toegepast bij de beoordeling en besluitvorming rondom activiteiten en ontwikkelingen waarbij externe veiligheid een rol speelt.
Het omgevingsplan
Na 1 januari 2021 zal de gemeente in een nog op te stellen omgevingsplan de instructieregels ‘omgevingsveiligheid’ in het Besluit kwaliteit leefomgeving in acht moeten nemen. Het grootste deel van deze instructieregels kent geen keuzemogelijkheden voor het bevoegd gezag. Voor het bestemmen van functies en de omgang met aandachts- en voorschriftengebieden (zie § 1.3, 1.5 en 2.5) is er wel beleidsruimte. De ambities ten aanzien van het al dan niet toelaten van functies en activiteiten in woongebieden, landelijk gebied, en bedrijventerreinen evenals de omgang met de aandachtsgebieden zijn verwoord in § 2.4 “Gebiedsgerichte ambities”. Deze ambities moeten worden geborgd in het omgevingsplan.
Dit kan door:
deze (deels) op te nemen in de (beoordelings)regels van het omgevingsplan;
in het omgevingsplan vast te leggen dat binnen bepaalde gebieden (waar een “nee”, "nee, tenzij" en eventueel "ja, mits" bepaling geldt) de nader omschreven functies en activiteiten in beginsel niet zijn toegestaan. Bij een initiatief kan vervolgens worden getoetst aan de ambities in deze visie (eventueel vast te leggen in een programma omgevingsveiligheid) of deze afwijkactiviteit door middel van een “omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit” kan worden toegestaan.
Indien nog geen omgevingsplan is vastgesteld is het overgangsrecht van de Omgevingswet van toepassing. Op grond van het overgangsrecht worden bestaande ruimtelijke plannen beschouwd als onderdelen van het omgevingsplan. Daarnaast gelden de contouren voor het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar (of PR afstanden) en aandachtsgebieden voor nieuwe situaties zonder dat deze in een omgevingsplan worden aangewezen. Voor nagenoeg alle risicobronnen en een groot deel van de risicobronnen zijn respectievelijk de PR afstanden en aandachtsgebieden ook al bekend. Alleen voor het gasreduceerstation van de Gasunie in Neerijnen moeten deze nog worden berekend. Vanuit het oogpunt van de borging van het aspect omgevingsveiligheid bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties, is het in veel gevallen echter wel van belang dat PR afstanden in het omgevingsplan worden opgenomen.
Het programma omgevingsveiligheid
De uitgangspunten en ambities uit hoofdstuk 2 van deze visie kunnen worden opgenomen in een nog op te stellen programma omgevingsveiligheid. De beoordeling en besluitvorming rondom activiteiten en ontwikkelingen, waarbij externe veiligheid c.q. omgevingsveiligheid een rol speelt, moet dan conform het programma omgevingsveiligheid worden uitgevoerd. Op deze wijze wordt geborgd dat de in de omgevingsvisie m.b.t. omgevingsveiligheid opgenomen (globale) gebiedsgerichte doelstellingen worden gerealiseerd.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.6