De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, en als vermeld in de bij deze verordening behorende tarieventabel onder I.1 e. t/m h. en I.2, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, en als vermeld in de bij deze verordening behorende tarieventabel onder I.1 a. t/m d., is verschuldigd bij het beëindigen van het parkeren en voor het verlaten van de locatie, waar parkeren tegen betaling is toegestaan.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.