De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar , na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op
ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting
als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Het tweede een het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de
gemeente verhuist en aldaar een ander perceel feitelijk in gebruik neemt.
De belasting bedoeld in hoofdstuk 2,3 en 4 van de tarieventabel is verschuldigd bij aanvang
van de dienstverlening.
Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.
Voor de toepassing van het bepaalde in het zesde lid wordt het totaal van de op één
aanslagbiljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als
één belastingaanslag.
Artikel 7
Ontstaan van de belasting en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening afvalstoffenheffing 2020