De aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één
maand na dagtekening van het aanslagbiljet, terwijl elke volgende termijn één maand na het
verstrijken van de daaraan voorafgaande termijn vervalt.
In afwijking van het eerste lid geldt, dat in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet
verenigde aanslagen of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat, het bedrag
daarvan meer is dan € 50,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen
worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De
eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand, volgende op die, welke in de
dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, terwijl elke volgende termijn één maand na
het verstrijken van de daaraan voorafgaande termijn vervalt.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde
termijnen.