Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Definities

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp 2020 gemeente Utrecht

De verordening bevat veel begrippen. Die leggen we hier uit op alfabetische volgorde. Een aantal begrippen staan al in de wet. Die herhalen we hier niet. 1.. Algemene voorziening: een vrij toegankelijke voorziening -of met beperkt- voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de jeugdige en zijn ouders, (zoals bedoeld in artikel 2.9 sub a in de Jeugdwet, daarin “Overige voorziening” genoemd; 2.. Andere voorziening: een voorziening op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen die niet onder de Jeugdwet valt; 3.. Basiszorg: de zorg die wordt geboden door de buurtteams, huisartsen en jeugdartsen; 4.. Buurtteam: een team van medewerkers dat: jeugd- en gezinshulp verleent onder de Jeugdwet, meldingen en aanvragen in ontvangst neemt, hulpvragen en aanvragen kan behandelen. 5.. Medewerkers van het buurtteam zijn door het college gemandateerd om een individuele voorziening toe te kennen; 6.. Gezinsplan: een door de buurtteammedewerker samen met de jeugdige of ouders opgesteld, schriftelijk plan met de hulpvraag/hulpvragen van de jeugdige of ouders, de afgesproken doelen en begeleiding, en hoe daar aan gewerkt wordt en de aanvraag voor (een) voorziening(en) in het kader van de Jeugdwet; 7.. Familiegroepsplan: hulpverleningsplan of plan van aanpak, opgesteld door de ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren; 8.. Hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan (jeugd)hulp. Dit kan zijn in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen, verstandelijke, lichamelijke of zintuigelijke beperkingen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet. Daarnaast kan het bijvoorbeeld gaan over hulp bij weer meedoen, geldzaken of wonen; 9.. Individuele voorziening: een op de jeugdige of ouders toegesneden niet vrij toegankelijke voorziening als bedoeld in artikel 2.9 sub a van de Jeugdwet. Toegang tot deze voorziening is via een verwijzing. 10.. Medewerker: gemandateerd jeugd-, gezinswerker die voor of namens het college een hulpvraag of aanvraag behandelt; 11.. Pgb: persoonsgebonden budget. Een bedrag, zoals bedoeld in artikel 8.1 lid 1 van de wet, dat het college toekent aan een jeugdige of ouders, waarmee zij een individuele voorziening kunnen betalen die zij bij een derde inkopen; 12.. Trekkingsrecht: Het geld van het pgb budget komt niet op de eigen rekening van de aanvrager. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) doet alle uitbetalingen uit het toegekende pgb aan de zorgaanbieder of informele hulpverlener. Daarmee heeft de aanvrager een trekkingsrecht; 13.. Vakantie: aaneengesloten dagen waarop belanghebbende buiten de gemeente Utrecht verblijft, maar nog wel aangemerkt kan worden als ingezetene van de gemeente Utrecht. De maximale aaneengesloten vakantieduur die een inwoner kan opnemen en ook zijn hulp kan blijven ontvangen is 6 weken. Binnen een kalenderjaar worden de verschillende vakantieperiodes bij elkaar opgeteld en kunnen samen nooit meer zijn dan 13 weken per kalenderjaar. Ook als de vakantie opgenomen wordt over twee aansluitende kalenderjaren, kan niet meer dan 6 weken aangesloten opgenomen worden; 14.. Vaktherapie: overkoepelende naam voor de vaktherapeutische disciplines. Dat is voor beeldende therapie, danstherapie, dramatherapie, muziektherapie, psychomotorische therapie, psychomotorische kindertherapie en speltherapie; 15.. Verwijzer: onder andere een buurtteam medewerker, de huisarts, de medisch specialist, de jeugdarts, rechter, gecertificeerde instelling en Samen Veilig; 16.. Wet: Jeugdwet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel