Onder passief grondbeleid wordt verstaan de situatie dat de gemeente zich beperkt tot haar publiekrechtelijke taak: de gemeente verleent planologische medewerking mits aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. De realisatie van het plan (inclusief de aankoop en exploitatie van grond) wordt overgelaten aan de markt. De gemeente schept hiervoor de voorwaarden, stimuleert en houdt toezicht. Het voordeel hiervan is dat de risico’s voor de gemeente beperkt kunnen blijven. Nadelen zijn dat de gemeente met de markt moet onderhandelen over de wijze van uitvoeren van het bestemmingsplan en over de bijdrage die de markt wil betalen aan de kosten van de gemeente. Deze vorm van grondbeleid heeft dan ook tot gevolg dat de mogelijkheden tot het voeren van regie en het verhalen van kosten minder groot zijn dan bij actief grondbeleid. Sinds de invoering van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) per 1 juli 2008 is echter de regierol van de gemeente in geval van passief grondbeleid wel enigszins versterkt.
Het belangrijkste onderwerp bij passief grondbeleid is de wijze van kostenverhaal. Het kostenverhaal kan op basis van:
- Anterieure overeenkomst
- Exploitatieplan
- Posterieure overeenkomst
- Legesverordening