Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.4

Exploitatieplan

Onderdeel van NOTA GRONDBELEID GEMEENTE BERNHEZE 2019-2025

De Grondexploitatiewet omvat naast het privaatrechtelijke spoor een publiekrechtelijk vangnet voor situaties waarin partijen binnen de privaatrechtelijke sfeer geen onderlinge (anterieure) overeenkomst hebben bereikt. Dit betekent kortweg, dat het kostenverhaal niet door gemeentelijke gronduitgifte of in een overeenkomst met de particuliere eigenaar is verzekerd, maar dat het kostenverhaal publiekrechtelijk, via een exploitatieplan, wordt vormgegeven. Overigens kent het stelsel van de Grondexploitatiewet geen onderhandelingsplicht voor gemeenten. De gemeente kan in beginsel direct overgaan tot een publiekrechtelijk vormgegeven kostenverhaal. Vanuit het oogpunt van behoorlijk bestuur zal echter altijd een redelijke poging om te komen tot privaatrechtelijke overeenstemming worden ondernomen. Is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is het bepalen van een tijdvak waarbinnen de exploitatie van de gronden zal plaatsvinden, het bepalen van een fasering of het stellen van locatie-eisen niet noodzakelijk, dan is een exploitatieplan niet verplicht. De gemeenteraad moet overigens bij het besluit tot de vaststelling van het ruimtelijk plan dan wel expliciet een extra besluit nemen dat er geen exploitatieplan wordt vastgesteld. Dit tweede raadsbesluit houdt in, dat het kostenverhaal over de in het ruimtelijk plan begrepen gronden anderszins verzekerd is en dat het stellen van nadere eisen en regels met betrekking tot de eerder genoemde aspecten niet noodzakelijk is. In de toelichting van het bestemmingsplan zal voor een raadsbesluit om geen exploitatieplan vast te stellen een motivering op worden genomen. Het exploitatieplan vormt de basis voor het publiekrechtelijk afdwingen van het kostenverhaal bij particuliere grondexploitatie, het is een ruimtelijk plan, vergelijkbaar met een bestemmingsplan. De procedure tot vaststelling van een exploitatieplan lijkt daarom sterk op een bestemmingsplanprocedure en is met net zo veel waarborgen omgeven. Een aantal onderwerpen in een exploitatieplan werkt rechtstreeks, bijvoorbeeld de eisen aan de openbare ruimte en (de fasering van) het bouw- en woonrijp maken. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt via de toetsing aan het vigerende ruimtelijke plan en het bijbehorende exploitatieplan de bijdrage van de particuliere ontwikkelaar aan het kostenverhaal vastgesteld en in de voorschriften bij de omgevingsvergunning opgenomen. De gemeente Bernheze geeft de voorkeur aan het sluiten van een anterieure overeenkomst. Dit omdat de voordelen van de anterieure overeenkomst ten opzichte van het opstellen van een exploitatieplan groot zijn. Het opstellen van een exploitatieplan is niet eenvoudig. De procedure die doorlopen moet worden in vergelijkbaar met die van het bestemmingsplan, bovendien is het inhoudelijk aan nog al wat regels gebonden. Zo is het bijvoorbeeld noodzakelijk om voor alle in het plangebied begrepen gronden onafhankelijke taxaties te laten opstellen om de inbrengwaarden te bepalen. Een exploitatieplan dient bovendien jaarlijks te worden herzien totdat de in het plan voorziene werken, werkzaamheden en bouwwerken zijn gerealiseerd. In geval van een structurele herziening betekent dit dat er opnieuw een openbare voorbereidingsprocedure moet worden gevoerd wat opnieuw tijd, geld en moeite kost. Als daarbij in overweging wordt genomen dat de exploitatiebijdrage pas kan worden geïnd als de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt verleend (dat wil zeggen als er daadwerkelijk gebouwd wordt) is de voorkeur voor het sluiten van anterieure overeenkomsten duidelijk.

Rechtspraak bij dit artikel