1.. De gemeenteraad kan, op voordracht van het college, stadsgezichten aanwijzen als beschermd gemeentelijk stadsgezicht.

2.. Het college zendt het voorstel voor advies aan de welstands- en monumentencommissie.

3.. Een voordracht tot een aanwijzing zoals bedoeld in het eerste lid, of een intrekking zoals bedoeld in artikel 5:3 ligt gedurende zes weken voor een ieder ter inzage.

4.. De raad beslist binnen vierentwintig weken na het verstrijken van de in het derde lid genoemde termijn over de voordracht.

5.. Een aangewezen gemeentelijk stadsgezicht wordt opgenomen in het gemeentelijk monumentenregister.

6.. De aanwijzing kan geen stadsgezicht betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 35 van de Monumentenwet 1988 of een provinciale verordening.