In paragraaf 2.7 staan de onderwerpen die het college onderzoekt als de cliënt zijn ondersteuningsvraag heeft gemeld. In paragraaf 2.12 staat het wettelijk beoordelingskader waarop de beslissing van de aanvraag om een maatwerkvoorziening door het college wordt gebaseerd. Dat roept de vraag op of andere faciliteiten in Noordoostpolder ook onder het beoordelingskader kunnen vallen. Het zal namelijk niet altijd zo zijn dat het college deze ’faciliteiten’ heeft gecontracteerd als algemene voorziening en daarom niet precies bekend is waaruit deze bestaan. Denk bijvoorbeeld aan een inloopmiddag bij een buurthuis die activiteiten organiseert in het kader van dagbesteding of vrijwilligers die als boodschappenmaatje kunnen fungeren. Het kan ook gaan om vrijwilligers bij een manege. Denk in dat kader ook aan een rijinstructeur die een cliënt kan helpen (CRVB:2018:3348). Dergelijke faciliteiten tellen wel mee in het beoordelingskader. Het kan namelijk zo zijn dat deze faciliteiten een passende oplossing bieden voor de beperkingen die de cliënt ondervindt in zijn zelfredzaamheid en/of participatie. Omdat de partijen die faciliteiten bieden niet zijn gecontracteerd zal het college in het individuele geval moeten vaststellen waaruit de activiteiten van bijvoorbeeld het buurthuis bestaan en of de activiteiten een passende oplossing zijn voor de problemen die de cliënt heeft. Wanneer het gaat om vrijwilligers zal het college moeten vaststellen dat zij beschikbaar en geschikt zijn.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4