Naar hoofdinhoud
Tijdens het vraagverhelderingsgesprek komt ook de mogelijke samenwerking aan bod met andere partijen (art. 2.3.2, vierde lid onder f van de wet). Bijvoorbeeld de wijkverpleegkundige in het kader van de Zorgverzekeringswet of een medewerker van de gemeente Noordoostpolder zelf in het kader van de uitvoering van de Participatiewet. Valt de cliënt namelijk onder de doelgroep van de Participatiewet, dan kan samenwerking maar ook afstemming van de maatwerkvoorziening op grond van de wet zijn aangewezen (art. 2.3.5, vijfde lid, van de wet). Denk aan de situatie dat de cliënt beschikt over arbeidsvermogen en voor zijn arbeidsinschakeling aanspraak kan maken op een voorziening op grond van de Participatiewet (art. 7, eerste onder a, van de Participatiewet). Arbeidsvermogen Artikel 1 van het Besluit loonkostensubsidie bepaalt wat onder mogelijkheden tot arbeidsparticipatie wordt verstaan. Iemand heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie als die persoon: een taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie; over basale werknemersvaardigheden beschikt; aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; en ten minste vier uur per dag belastbaar is of ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur. Arbeidsmatig karakter Voor de cliënt die nog niet beschikt over arbeidsvermogen kan het college dagactiviteiten verstrekken waarin activiteiten worden aangeboden met een arbeidsmatig karakter. De uitvoering van de Wmo 2015 dient dan als opstapje richting betaald werk. Zie ook onder resultaten participatie in 6.6.2 van deze beleidsregels. Bij de beoordeling van de resultaten van de dagactiviteiten kan het zijn dat het college deze maatwerkvoorziening afschaalt omdat de cliënt aanspraak kan maken op ondersteuning bij zijn arbeidsinschakeling op grond van de Participatiewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel