Bij zich bewegen en verplaatsen gaat het om de volgende aspecten:
lichaamspositie handhaven
grove hand- en armbewegingen maken
fijne handbewegingen maken
lichtere voorwerpen tillen
gecoördineerd bewegingen maken met benen en voeten
lichaamspositie veranderen
trap op en af gaan zonder hulp(middelen)
zich verplaatsen met hulp(middelen)
voortbewegen binnenshuis, zonder hulp(middelen)
gebruik maken van openbaar vervoer
eigen vervoermiddel gebruiken
voortbewegen buitenshuis zonder hulp(middelen)
korte afstanden lopen
zwaardere voorwerpen tillen
Het spreekt voor zich dat de beperkingen in het bewegen en verplaatsen ook opgelost kunnen worden door het verstrekken van een hulpmiddel, zoals een rolstoel.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.5.3