Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot het herzien en intrekken van het recht op uitkering als bedoeld in artikel 54 lid 3 tweede volzin Participatiewet, artikel 17 lid 3 tweede volzin IOAW en artikel 17 lid 3 tweede volzin IOAZ, terugvordering van uitkering als bedoeld in artikel 58 lid 2 en artikel 59 Participatiewet, artikel 25 lid 2 en artikel 26 IOAW en artikel 25 lid 2 en artikel 26 IOAZ en de invordering bij dwangbevel als bedoeld in artikel 60 lid 2 Participatiewet, artikel 28 lid 1 IOAW en artikel 28 lid 1 IOAZ, tenzij in deze beleidsregels anders wordt bepaald.
Het college maakt ten volle gebruik van de bevoegdheid tot het terugvorderen van ten onrechte verleende bijstand of uitkering zoals neergelegd in:
- artikel 12, tweede lid, onderdeel c Bbz 2004
- artikel 39, eerste lid, onderdeel a onder 3 Bbz 2004
- artikel 39, tweede lid Bbz 2004
- artikel 41, vierde en vijfde lid Bbz 2004
Ingeval hiervoor dringende redenen aanwezig zijn ziet het college af van het gebruik van de bevoegdheden als genoemd in het eerste lid.
Hoofdstuk 2 - Terugvordering en invordering
Artikel 2 -