Deze beleidsregels zijn van toepassing op bijstand verstrekt in de vorm van een renteloze geldlening in de volgende situaties:
de bijstand betreft kosten van aanschaf van duurzame gebruiksgoederen, indien is vastgesteld dat belanghebbende geen beroep kan doen op een voorliggende voorziening in de zin van een lening bij een kredietverlenende instelling;
redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende op korte termijn, dat wil zeggen binnen een periode van twee maanden nadat de aanvraag om bijstand is ingediend, over voldoende middelen zal beschikken om over de betreffende periode in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien;
de noodzaak tot bijstandsverlening is het gevolg van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan en de bijstand is niet reeds om die reden overeenkomstig de afstemmingsverordening verlaagd;
de bijstand betreft een door de belanghebbende te betalen waarborgsom;
het bijstand ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast betreft;
de bijstand betreft kosten van woninginrichting vergunninghouders.
Hoofdstuk 4 - Bijstand in de vorm van een geldlening
Artikel 23 - Situaties waarin bijstand in de vorm van een geldlening wordt verstrekt