De hoogte van de geldlening is gelijk aan de hoogte van de noodzakelijke kosten.
In afwijking van het eerste lid is de hoogte van de geldlening als bedoeld in artikel 23 aanhef en onderdeel 1 gelijk aan het bedrag dat binnen een periode van 36 maanden kan zijn voldaan met de bij aanvraag op belanghebbende van toepassing zijnde aflossingscapaciteit als bedoeld in artikel 25 lid 1.
Hoofdstuk 4 - Bijstand in de vorm van een geldlening
Artikel 24 - Hoogte van de geldlening