Naar hoofdinhoud
Aanvragen van personen die niet aantonen dat ze met zekerheid kunnen voorzien in kosten van bewoning worden geweigerd op basis van HVV artikel 2.6.5 lid 1h). Dit betekent dat de aanvrager heeft gezorgd voor een situatie van langdurige financiële stabiliteit. Als er sprake is van schulden gelden de onderstaande voorwaarden: De aanvrager beschikt over een overzicht van de schulden alsmede een daarop aansluitend en per schuld gespecificeerd Plan van Aanpak van de schulden, opgesteld en gewaarmerkt door een bureau voor schuldhulpverlening, erkend en gefinancierd door de gemeente. Afhankelijk van de aard en omvang van de schulden, de inkomsten en verdere situatie, dient de aanvrager één of meer van de volgende regelingen te hebben getroffen: sanering op basis van een minnelijke regeling, met behulp van een saneringskrediet van de Kredietbank Amsterdam (GKA); sanering op basis van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP); inhouding van vaste lasten als voorwaarde vastgelegd in de beschikking van de bijstandsuitkering, indien de aanvrager inkomen uit bijstand heeft; een regeling voor budgetbeheer of inkomensbeheer bij team Fibu of een instelling voor Maatschappelijke Dienstverlening (MaDi’s) erkend door de gemeente (Centram, Sezo, Doras, Civic, Dynamo, ABC Alliantie, Puur Zuid of Madi Zuidoost); een door de rechter verplicht gestelde regeling voor beschermingsbewind. Het college oordeelt per situatie welke van de regelingen onder b) noodzakelijk zijn als waarborg voor langdurige financiële stabiliteit van de aanvrager van urgentie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel