De aanvraag van urgentie voor mensen die verblijven in een instelling voor tijdelijke opvang van slachtoffers van huiselijk geweld, de zogenoemde Blijf-groep , wordt beoordeeld met inachtneming van de algemene weigeringsgronden die in artikel 2.6.5 van de Huisvestingsverordening zijn opgenomen met uitzondering van de eis dat alle personen in het huidhouden ten minste een minimale tijd in Amsterdam woonachtig moeten zijn (artikel 2.6.5, eerste lid, onderdeel i). Daarnaast moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
De aanvrager staat in de basisregistratie personen (BRP) ingeschreven op het adres van de bovengenoemde instelling;
In geval van een huwelijk of geregistreerd partnerschap dient formele voltrekking van de echtscheiding of verbreking van de relatie aangetoond te worden met een echtscheidingsvonnis; en,
Indien de aanvrager in aanmerking wil komen voor een woning die met voorrang aan personen met minderjarige kinderen wordt toegewezen moet een ouderschapsplan met door de gemeente of notaris gelegaliseerde handtekeningen van beide ouders worden ingediend, waaruit blijkt dat de zorg en verblijf van de kinderen is toegewezen aan de aanvrager.
Ten behoeve van de uitstroom uit de Blijf-groep kan het college;
een woning met een regulier (vast) huurcontract toewijzen, of
een urgentie onder opschortende voorwaarden verstrekken, zoals beschreven in paragraaf 8 (urgentiecategorie uitstroom en omslag maatschappelijke opvang).
De woning wordt daarbij eerst toegewezen en verhuurd aan een zorginstelling die de cliënt de woning in gebruik geeft op basis van een intermediaire verhuur. Gedurende één jaar of twee jaar krijgt de cliënt begeleiding en gelegenheid om te voldoen aan eventuele opschortende voorwaarden, zoals afronding van een echtscheiding, het afspreken van een ouderschapsplan of het regelen van schulden. Na afronding van het zorgtraject en het voldoen aan de vereisten voor urgentie kan het huurcontract met de instelling worden omgezet (‘omgeklapt’) naar een regulier vast huurcontract op naam van de bewoner.
Cliënten met een leeftijd van 18 tot en met 27 jaar kunnen een jongerenwoning met een huurcontract voor vijf jaar toegewezen krijgen. Bij afloop van dat contract kan de bewoner urgentie krijgen voor een andere woning, op basis van de ruggensteunregeling in artikel 2.6.8, eerste lid, onderdeel e, van de Huisvestingsverordening.
[De wijziging in dit artikel treedt per 1 januari 2022 inwerking.]
Hoofdstuk 1
Artikel 5.