• - Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 17 van de WWB c.q. artikel 13 van de IOAW/IOAZ heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand dan wel uitkering, wordt de bijstand dan wel de uitkering afgestemd op de hoogte van het benadelingbedrag.
  • - Onverminderd artikel 2, tweede lid, van deze verordening wordt de afstemming van de bijstand dan wel uitkering op de volgende wijze vastgesteld:
  • - bij een bruto benadelingbedrag tot € 1.000,00: 10% van de bijstandsnorm dan wel de grondslag gedurende een maand;
  • - bij een bruto benadelingbedrag van € 1.000,00 tot € 2.000,00: 20% van de bijstandsnorm dan wel de grondslag gedurende een maand;
  • - bij een bruto benadelingbedrag van € 2.000,00 tot € 4.000,00: 40% van de bijstandsnorm dan wel de grondslag gedurende een maand;
  • - bij een bruto benadelingbedrag van € 4.000,00 of meer: 100% van de bijstandsnorm dan wel de grondslag gedurende een maand.
  • - Het percentage van de afstemming of de duur van de afstemming wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij de bijstand dan wel de uitkering wordt afgestemd opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging. Met een besluit waarmee de bijstand dan wel de uitkering wordt afgestemd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid van deze verordening.