Er is geen eenduidig antwoord te geven op de vraag wanneer er precies voldoende aanleiding is om een huisbezoek uit te voeren en welke consequenties moeten worden verbonden aan het weigeren van een huisbezoek. De medewerker dient bij elk individueel onderzoek op basis van de beschikbare feiten en omstandigheden een zorgvuldige afweging te maken. Het zelfde geldt voor de vraag wanneer een huisbezoek aangekondigd of onaangekondigd dient plaats te vinden. Als er gegronde redenen zijn voor het afleggen van een huisbezoek mogen er consequenties worden verbonden aan de weigering.
Uit uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan worden geconcludeerd dat het huisbezoek een geoorloofd controle instrument is. De Centrale Raad verbindt hieraan de voorwaarde dat de betrokkene toestemming moet hebben gegeven om binnen te treden in het huis, nadat betrokkene expliciet en volledig is geïnformeerd over:
de aanleiding van het huisbezoek;
het doel van het huisbezoek;
de consequenties voor de betrokkene als deze het huisbezoek weigert.
Het is daarom dat binnen de rechtspraak een aantal criteria zijn ontwikkeld, de zogenaamde gegronde redenen voor een huisbezoek. Meer specifiek gaat het erom dat:
ook redelijkerwijs getwijfeld mag worden aan de juistheid of volledigheid van de door betrokkene verstrekte gegevens;
de te verkrijgen informatie ook echt noodzakelijk is voor de vaststelling van de rechtmatigheid; en
deze niet op een andere - minder ingrijpende - wijze kan worden verkregen.
Artikel 1