1. Teelaarde, zand, funderingsmateriaal en andere bouwstoffen worden gescheiden ontgraven. De materialen worden in de oorspronkelijke lagen en laagdikten teruggebracht.
2. De werkzaamheden vinden plaats in een droge sleuf.
3. Alle aanvullingen worden laagsgewijs verdicht met maximaal 0,30 m per laag. Het verschil in de gemeten waarden via een (hand)sondering in, en direct naast de aangevulde sleuf, bedraagt maximaal 15%.
Hoofdstuk 2.
Artikel 10.
Grondwerk
Onderdeel van NADERE REGELS VERORDENING WERKZAAMHEDEN KABELS EN LEIDINGEN MIDDEN-GRONINGEN 2019