1. De aanleg van kabels en leidingen wordt op kruisingen van wegverhardingen uitgevoerd middels een sleufloze techniek, loodrecht op de wegas.
2. De aanbieder sluit mantelbuizen aan beide kanten af om eventuele verzanding of verzakking van het wegdek te voorkomen. De minimale dekking van deze mantelbuizen, gerekend vanaf de onderkant van de verharding, bedraagt 0,70 m. De buis ligt minimaal 0,30 m buiten de kantopsluiting(en) van de weg.
3. De minimale dekking van kabels en leidingen is 0,60 m.
4. De afstand van kabels en leidingen tot voorzieningen ten behoeve van de riolering is minimaal 1,50 m, gerekend vanaf de zijkant van de bestaande rioolbuis.
5. Er mag niet meer dan één dagproductie aan straatwerk open liggen.
6. De aanbieder of leidingbeheerder vult sleuven en breekgaten aan het eind van iedere werkweek of voor feestdagen aan en straat deze tijdelijk dicht. Het overtollige materiaal wordt aan het einde van iedere werkweek of voor feestdagen afgevoerd. In de nabijheid van winkels en woonzorglocaties dient het aanvullen van sleuven en breekgaten en het afvoeren van overtollig materiaal iedere dag te gebeuren.
7. De minimale afstand vanaf de insteek van de sleuf of het kopgat tot aan de kantopsluiting van de weg is gelijk aan de diepte van de ontgraving.
8. Bij de aanvraag geeft de aanbieder of leidingbeheerder aan welk bedrijf het herstel van elementenverhardingen uitvoert.
9. De aanbieder of leidingbeheerder zorgt er voor dat huishoudelijk afval door de inzamelaar afgevoerd kan worden wanneer het afval niet dichtbij de reguliere aanbiedpunten ingezameld kan worden.
Hoofdstuk 2.
Artikel 9.
Uitvoering van het werk algemeen
Onderdeel van NADERE REGELS VERORDENING WERKZAAMHEDEN KABELS EN LEIDINGEN MIDDEN-GRONINGEN 2019