Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 6

Inlichtingenverplichting

Onderdeel van Verordening Meedoenfonds Midden-Groningen 2020

Aanvrager voorziet de aanvraag van een bewijsstuk(ken) waaruit de inkomsten blijken en van een bewijsstuk waaruit zijn identiteit vastgesteld kan worden. In geval van gehuwden geldt dat van beiden (de in de vorige zin genoemde) bewijsstukken overgelegd moeten worden. Voorgaande lid geldt niet voor zover uit andere hoofde blijkt dat belanghebbende tot de kring van rechthebbenden behoort. Dit is in ieder geval zo als belanghebbende: a. een uitkering ontvangt op grond van de wet, de Ioaw of Ioaz; of b. als sprake is van Wsnp of een vergelijkbare regeling van de gemeentelijke kredietbank; of c. als aanvraag volgt op toegewezen aanvraag die minder dan 12 maanden eerder is ingediend. Voorts overlegt aanvrager op verzoek van het college een bewijsstuk van de in hoofdstuk 3 genoemde kosten waarvoor hij een subsidie aanvroeg. Het college kan tot uiterlijk 6 maanden na de aanvraag het verzoek uit het vorige lid doen.

Rechtspraak bij dit artikel