De gemeente Oldebroek en ondernemers in de gemeente hebben behoefte aan duidelijke regels voor zowel permanente als tijdelijke reclame-uitingen. Het is niet altijd duidelijk wanneer een reclame-uiting bestempeld kan worden als commercieel of juist als ideëel. Voor de gemeente is het lastig om goed te kunnen anticiperen op ontwikkelingen van reclame-uitingen en wildgroei kan niet goed worden tegengegaan. Dit kan uiteindelijk de omgeving en het straatbeeld verstoren. Op 15 oktober 2015 heeft de gemeenteraad daarom de reclameverordening vastgesteld.
In de verordening zijn duidelijke regels opgenomen, maar tegelijkertijd worden inwoners ook gewezen op de gedachte van ‘Oldebroek voor mekaar’. Hierin staat samen werken aan een sterke en leefbare samenleving centraal.
Aan de hand van de reclameverordening worden in de gemeente Oldebroek alle reclame- uitingen in beeld gebracht en beoordeeld. Van de reclame-uitingen die aan de hoofdwegen en in de weilanden staan worden de eigenaren aangeschreven om de borden te verwijderen. Gedurende het project ( voorjaar 2016 t/m voorjaar 2017) is het aantal geplaatste reclame-uitingen aanzienlijk gedaald. In totaal zijn er 52 zaken opgepakt. Daarbij zijn er 29 reclame-objecten geconstateerd/aangeschreven en 23 zaken zijn afgerond in 2016. 9 borden vielen onder het overgangsrecht. In 2017 zijn er 10 Reclame-objecten geconstateerd/aangeschreven en zijn er 7 Zaken afgerond.
In het voorjaar van 2017 heeft het college kenbaar gemaakt dat ze graag meer balans wilde tussen beleid en handhaving. Het college gaf aan om niet op centimeters nauwkeurig te kijken maar casussen individueel te beoordelen. Daarnaast gaf het college aan begrip te hebben dat daar subjectiviteit bij komt kijken en het college wilde dan ook graag in handhavingskwesties op de hoogte blijven.
Om aan deze wens te voldoen, is er gezocht naar een wijze om hier mee om te gaan. In de tussenliggende periode is bij gevaar en overlast handhavend opgetreden conform het beleid. Dit resulteerde in het voorstel om gebruik te maken van de inherente afwijkingsclausule van de Algemene wet bestuursrecht (artikel 4:84 Awb) om de toetsing explicieter te maken, meer bewegingsruimte te genereren, het college via de portefeuillehouder nauw betrokken te laten zijn en tegelijkertijd de lijn van de reclameverordening 2015 vast te houden. Het college heeft begin 2018 ingestemd met het voorstel. De aanpak op reclame uitingen valt per 2018 onder het reguliere werk van team Handhaving. Hierdoor zijn in 2018 enkele zaken opgepakt.
Inmiddels wordt in 2019 intern afgestemd en nagedacht om de reclameverordening op enkele onderdelen te verduidelijken zoals bij de tijdelijke reclameobjecten en reclameobjecten in het centrumgebied.
HOOFDSTUK 2:
Artikel 2.15.
Reclame
Onderdeel van NOTA INTEGRALE HANDHAVING Jaarverslag 2017/2018 en Uitvoeringsprogramma 2019