Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2:

Artikel 2.5.

Onderzoek naar toepassing onveilige vloerconstructies

Onderdeel van NOTA INTEGRALE HANDHAVING Jaarverslag 2017/2018 en Uitvoeringsprogramma 2019

In het najaar van 2017 hebben we een onderzoek ingesteld naar de aanwezigheid van mogelijk onveilige vloerconstructies in gebouwen in de gemeente. In mei 2017 is in Eindhoven een in aanbouw zijnde parkeergarage ingestort. Uit onderzoek bleek dat de oorzaak hiervan lag bij de toegepaste vloerconstructie: (geprefabriceerde betonnen breedplaatvloeren met een daar op in het werk gestorte betonlaag, die steunen op kolommen) Deze instorting heeft de minister van BZK aanleiding gegeven om de gemeenten bij brieven van 25 september 2017 en 9 oktober 2017 te verzoeken om een inventarisatie te doen van gebouwen waar een dergelijke constructie is toegepast en er op toe te zien dat eigenaren van deze gebouwen daadwerkelijk onderzoek uitvoeren en indien noodzakelijk maatregelen te nemen om de veiligheid te waarborgen. Uit de brieven van de minister blijkt dat gaat om breedplaatvloeren die na 1999 zijn toegepast en niet steunen op dragende wanden of betonnen liggers. In concreto gaat het dan om breedplaatvloeren die steunen op kolommen. Gemeentelijke gebouwen Voor gemeentelijke gebouwen geldt dat de gemeente als eigenaar er verantwoordelijk voor is dat het pand (waaronder de vloerconstructie) voldoet aan de relevante bouwvoorschriften. Uit onderzoek is gebleken dat bij de 20 gemeentelijk gebouwen (w.o. een aantal scholen) de bewuste vloerconstructie niet is toegepast. Niet gemeentelijke gebouwen Voor niet gemeentelijke gebouwen geldt dat de verantwoordelijkheid voor het voldoen van het gebouw (waaronder de vloerconstructie) aan de bouwvoorschriften rust op de eigenaar. Als gemeente hebben we de publiekrechtelijke taak er op toe te zien dat de eigenaar deze verantwoordelijkheid ook waar maakt en dit zo nodig middels handhavingsmaatregelen af te dwingen. Een uitgevoerde gemeentelijke inventarisatie wees uit dat bij 5 panden nader onderzoek nodig was. De betrokken pandeigenaren zijn daar op aangeschreven en hebben vervolgonderzoek ingesteld. Bij geen van de panden bleek uit het vervolgonderzoek dat er sprake was een onveilige vloerconstructie. Dat betekent dat bij geen van de panden veiligheidsmaatregelen getroffen hoefden te worden.

Rechtspraak bij dit artikel