Participatie kan ook zien op het uitoefenen van sportieve activiteiten. Als een inwoner hier vanwege zijn beperkingen niet toe in staat is en alternatieven leiden niet tot een oplossing, zal de gemeente overwegen om op grond van de Wmo een sportvoorziening te verstrekken.
Afwegingskader
Bij een aanvraag voor een sportvoorziening moet er sprake zijn van een voorziening voor langdurige deelname (minimaal een jaar) aan sportieve activiteiten in het maatschappelijk leven. De sportvoorziening moet gezien worden als een noodzakelijke wijze om participatie van personen met beperkingen mogelijk te maken. De gemeente zal zich bij elke vraag voor een sportvoorziening een oordeel moeten vormen of de gevraagde sportvoorziening hieraan daadwerkelijk een bijdrage kan leveren. De inwoner dient voorts in staat te zijn de sport te beoefenen.
De gemeente zal tevens onderzoeken of het mogelijk is de financiën uit eigen middelen, fondsenwerving of door middel van sponsoring bijeen te brengen.
De gemeente heeft op grond van de Wmo geen zorgplicht voor topsportvoorzieningen. Belanghebbenden die speciale sportvoorzieningen nodig hebben om sport op topniveau te bedrijven, dienen uit eigen middelen, fondsenwerving of door middel van sponsoring de financiën bijeen te brengen. Dit laat onverlet dat een topsporter eventueel wel in aanmerking kan komen voor een "normale" sportvoorziening, die voldoende geschikt is om sport te kunnen beoefenen op een lager niveau.
De gemeente kan overwegen om de topsporter in aanmerking te brengen voor een persoonsgebonden budget voor een normale sportvoorziening, en de topsporter daarbij tegelijk in de gelegenheid te stellen het meerdere, dat benodigd is voor de aanschaf van een topsportvoorziening, zelf bij te leggen.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.3
Het kunnen deelnemen aan sportieve activiteiten
Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Emmen 2020