Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1

Artikel 6

Hoogte van de subsidie

Onderdeel van Deelverordening subsidies onderwijs en opvang 2019

1. Het college subsidieert een bedrag van € 8,78 per uur als tarief voor peuterwerk en indexeert dit bedrag jaarlijks conform de index van de minister voor het bepalen van de wettelijke uurnorm voor kinderopvang. 2. Het college subsidieert per maand per bezette peuterplek. Voor de in artikel 5 genoemde doelgroepen gelden de volgende maximale subsidiebedragen: a. voor de in artikel 5 lid 1 onder a genoemde doelgroep bedraagt de subsidie per bezette peuterplek per maand: 7 uur per week x € 8,78 per uur x 40 weken / 12 maanden minus de geldende maandelijkse ouderbijdrage op basis van de tabel behorende bij deze regeling. b. voor de in artikel 5 lid 1 onder b genoemde doelgroep bedraagt de subsidie per bezette peuterplek per maand maximaal: 17,5 uur per week x € 8,78 per uur x 40 weken/ 12 maanden minus de geldende maandelijkse ouderbijdrage op basis van de tabel behorende bij deze regeling. De peuter dient minimaal 10,5 uur aanwezig te zijn bij de voorschoolse educatie met een inspanningsverplichting voor de kinderopvangorganisatie om dit uit te breiden naar het volledige programma voorschoolse educatie van 17,5 uur per week. c. voor de in artikel 5 lid 1 onder c genoemde doelgroep bedraagt de subsidie per bezette peuterplek per maand maximaal: 10,5 uur per week x € 8,78 per uur x 40 weken/ 12 maanden. De peuter dient minimaal 10,5 uur aanwezig te zijn bij de voorschoolse educatie met een inspanningsverplichting voor de kinderopvangorganisatie om dit uit te breiden naar het volledige programma voorschoolse educatie van 17,5 uur per week. 3. Naast de in het tweede lid genoemde subsidiebedragen stelt het college een VVE-toeslag beschikbaar voor doelgroepkinderen tot het moment waarop zij naar groep 1 van de basisschool gaan. De VVE-toeslag bedraagt per doelgroepkind € 621,00 per jaar. 4. Voor organisaties voor peuteropvang en VVE is het toegestaan om de invulling van peuterplek-ken ten opzichte van de aantallen genoemd in de subsidieaanvraag, gedurende de subsidieperiode, aan te passen aan de vraag van ouders/wettelijk verzorgers en de daaruit voortvloeiende mutaties op te nemen in het format tussenrapportage zoals bedoeld in artikel 10, lid 1, van deze regeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel