Zoals aangegeven in paragraaf 3.1 gaat het in de energietransitie ook over ruimte. De gemeente is naast de provincie en het Rijk medeverantwoordelijk voor de ruimtelijke ontwikkeling van haar gemeente. Men dient dus als gemeente richting te geven aan de transitie. De alternatieven om te verduurzamen moeten ingepast, ofwel geïntegreerd kunnen worden in het fysieke domein. Maar niet alleen in het fysieke domein, ook in de infrastructuur. En het zijn de keuzes die door het o.a. bedrijfsleven, de bewoners, inwoners, het Rijk, de netbeheerder en de gemeente die bepalen of wel of niet de ambitie van een energieneutrale gemeente behaald kan worden.
Kiest men voor een oplossing van alleen windturbines en zonnepanelen, zonder dat daar tegenover opslag en een smart energie infrastructuur staat, waarin de vraagpieken verschoven kunnen worden, dan kan de leveringsbetrouwbaarheid in het gedrang komen of is volledige verduurzaming niet mogelijk. Als men kiest voor all-electric dus elektrisch vervoer, verwarmen van de huizen met elektriciteit en opwekking via zonnepanelen en wind, dan zijn er grote investeringen nodig om het elektriciteitsnetwerk te verzwaren. Bovendien zal het verzwaren van het netwerk veel tijd kosten. Dit zijn enkele voorbeelden die laten zien dat er een samenhang is tussen de verschillende opties die men kiest. Voor het integreren van deze opties is de invoering van de Omgevingswet in 2019 een goede kans.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3
De rol van de gemeente
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Gulpen-Wittem houdende regels omtrent het klimaat- en energiebeleidsplan 2018-2021