Naar hoofdinhoud
In de onderstaande tabellen is dit hoofdstuk samengevat. Allereerst wordt de energievraag geclusterd. De maatregelen voor woningen en utiliteit zijn vergelijkbaar en er zal daarom geen speciaal onderscheid worden gemaakt tussen beiden. Dit geldt ook voor categorieën industrie, landbouw en overig. Mobiliteit is niet goed verdeeld over de twee categorieën. Daarom is op basis van de omvang van de elektriciteitsvraag en de warmtevraag gezamenlijk een verdeelsleutel voor het benzine en dieselverbruik opgesteld. Ongeveer 70% is toebedeeld aan de huishoudens en klein zakelijk. Energievraag Woningen en klein zakelijk Industrie, landbouw, overig Totaal Mobiliteit Aanname: 70% van totaal 0,4 * 0,7 = 0,3 PJ Aanname: 30% 0,4 * 0,3 = 0,1 PJ 0,4 PJ Warmtevraag 0,5 PJ 0,2 PJ 0,7 PJ Elektriciteitsvraag 0,2 PJ ~ 0 PJ 0,2 PJ Totaal 1 PJ 0,3 PJ 1,3 PJ Tabel 14: Huidige energievraag In tabel 15 is de verwachte opbrengst ofwel de potentie per modaliteit opgesomd. Verondersteld wordt dat op personenvervoer 0,2 PJ besparing mogelijk is. Op totale systeemniveau is dat alleen het geval als er voldoende eigen duurzame energieopwekking is. Omdat er een samenhang is tussen de verschillende modaliteiten (opgewekte zonne-energie kun je maar één keer inzetten) moeten dubbeltelingen voorkomen worden. Er is onvoldoende zonne-energie om ook de daarvan auto te voorzien. Strikt genomen ervaart een automobilist wel de besparing omdat hij met een elektromotor een hoger rendement heeft. Alleen is er geen besparing in het systeem tenzij er duurzame energie is ingekocht. Dus voor het personenvervoer wordt de kanttekening gemaakt dat er feitelijk 0,2 PJ aan duurzame energie is ingekocht. Samenvattend is de gap tussen de vraag en de potentie ongeveer 0,26 PJ. De gap is in absolute grootte voor de industrie, landbouw en overig ten opzichte van woningen en klein zakelijk kleiner (0,03 PJ versus 0,33 PJ). Om de resterende energievraag in te vullen (0,3 PJ) kan gebruikt worden gemaakt van de import van groene stroom van elders. Op basis van het overzicht in tabel 15 is het verstandig te richten op: warmte: opwekking via WKO en warmtepomp, isolatie, zonnecollector en mogelijk restwarmte; duurzame energieopwekking op basis van zon en waterkracht; qua personenvervoer is het de consument die de auto moet aanschaffen, dat is een marktaangelegenheid. Het is wel belangrijk dat de faciliteiten wel zijn ingericht: voldoende verzwaring elektriciteitskabels en een laadinfrastructuur. Tabel 15: Totale potentie voor opwek en besparing In tabel 16 zijn de kosten afgebeeld die gemaakt moeten worden om de potentie om te zetten in realisatie. Om 1,04 PJ van de vraag duurzaam op te wekken en te besparen is een investering (CAPEX) van meer dan € 169 mln. nodig. De operationele kosten zijn niet benoemd en niet alle cases zijn rendabel zonder subsidie. Energievraag Maatregel Investeringskost per PJ (opwek / besparing) Aantal PJ Totaal kosten Warmte WKO/warmtepomp (zeer ruw, situaties verschillend) Isolatie (50%) Zonnecollector (incl. boiler) € 300 – 500 mln. € 6.650 per woning €150 mln. 0,166 4.000 (w.) 0,065 €65 mln. €26,6 mln. €10 mln. Elektriciteit Waterkracht Zon-PV consument Zon-PV zakelijk en zonneparken €350-400 mln. €570 mln. €412 mln. 0,05 0,05 0,05 € 18,5 mln. € 28,5 mln. € 20,6 mln. Vervoer Elektrische auto’s Ntb. Ntb. Ntb. >€ 169 mln. Tabel 16: Benodigde investeringen voor totale potentie voor opwek en besparing

Rechtspraak bij dit artikel