Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, IOAW, IOAZ en de Algemene wet bestuursrecht.
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
a: aflossingscapaciteit: de financiële ruimte die iemand heeft om af te lossen;
b: Bbz 2004: Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004;
c: college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoogeveen;
d: fraudevordering: vordering in verband met ten onrechte of tot een te hoog bedrag verleende uitkering als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht;
e: inlichtingenplicht: verplichting genoemd in artikel 17, eerste lid van de PW, artikel 13, eerste lid van de IOAW, artikel 13, eerste lid van de IOAZ en artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
f: IOAW: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
g: IOAZ: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
h: wet: Participatiewet;
i: uitkering: de door het college verleende bijstand in het kader van de Participatiewet en de uitkering in het kader van de IOAW en IOAZ en de Bbz 2004.
Alle andere in deze beleidsregels gehanteerde begrippen hebben dezelfde betekenis als vermeld in de wet, Bbz 2004, Ioaw en Ioaz.
Artikel 1. Begripsbepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, Bbz, IOAW en IOAZ Hoogeveen 2020