Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Algemene bepalingen met betrekking tot de bevoegdheid tot herziening, intrekking, terugvordering, verrekening en brutering

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, Bbz, IOAW en IOAZ Hoogeveen 2020

Het college: herziet dan wel trekt het recht op uitkering in, indien de uitkering tot een te hoog bedrag dan wel ten onrechte is verleend; maakt gebruik van de bevoegdheid tot terugvordering zoals bedoeld in artikelen 58, tweede lid en 59 van de Pw,de artikelen 25, tweede lid en 26 van de IOAW en IOAZ, alsmede de artikelen 12 tweede lid onderdeel c en artikel 41, en artikel 43 van de Bbz 2004; maakt bij een verwijtbare bedrijfsbeëindiging geen gebruik van de bevoegdheid in artikel 43 Bbz 2004; maakt gebruik van de bevoegdheid tot brutering zoals bedoeld in artikel 58, vijfde lid van de wet; verrekent inkomsten als bedoeld in 58, vierde lid van de wet en 25, vierde lid van de IOAW en IOAZ; verrekent de vordering met de uitkering zoals bedoeld in artikelen 48 vierde lid, 60 derde lid en 60 zesde lid sub a van de wet alsmede 28, derde lid van de IOAW en IOAZ; verrekent een vordering die belanghebbende op hem heeft zoals bedoeld in artikel 60a, vierde lid wet. h. houdt bij het uitoefenen van haar bevoegdheden zoals genoemd in dit artikel rekening met de uitzonderingen voortvloeiende uit de jurisprudentie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel