1. In afwijking van het bepaalde in artikel 2, lid 1, onder d, vordert het college een door haar na ontvangst van
een signaal ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekte uitkering niet terug, voor zover deze uitkering
ook zes maanden na ontvangst van dit signaal nog onterecht of tot een te hoog bedrag is verleend, tenzij
belanghebbende in dit kader de inlichtingenplicht heeft geschonden.
2. Onder een signaal als genoemd in het vorige lid wordt verstaan relevante informatie waaruit kan worden
afgeleid dat sprake is van een dusdanige fout, dat het college op grond daarvan actie zou moeten
ondernemen.
3. Indien sprake is van intrekking van het recht op bijstand over een periode, omdat de belanghebbende over de
gehele periode in beperkte mate beschikte over in aanmerking te nemen vermogen, beperkt het college - in
afwijking van het bepaalde in artikel 2, lid 1, onder d - de terugvordering tot het bedrag dat te veel aan
uitkering zou zijn verstrekt, als de belanghebbende wel aan de inlichtingenplicht had voldaan.
4. Indien sprake is van intrekking van het recht op bijstand over een periode, omdat de belanghebbende over
de gehele periode in beperkte mate beschikte over in aanmerking te nemen middelen van een verzwegen
partner met wie een gezamenlijke huishouding werd gevoerd en waarmee op grond van de PW, IOAW of
IOAZ bij de vaststelling van de hoogte van de uitkering rekening had moeten worden gehouden, beperkt het
college - in afwijking van het bepaalde in artikel 2, lid 1, onder d - de terugvordering tot het bedrag dat te veel
aan uitkering zou zijn verstrekt, als de belanghebbende wel aan de inlichtingenplicht had voldaan.
Hoofdstuk 1:
Artikel 4