Bij een maatwerkvoorziening kan het gaan om ondersteuning in natura, om ondersteuning in de vorm van een persoonsgebonden budget (hierna ook Pgb) of om een financiële tegemoetkoming.
Bij een verstrekking in natura kan het gaan om goederen, producten of diensten. Bij hulp bij het huishouden, ambulante ondersteuning, logeeropvang, maatschappelijke opvang, beschermd wonen en dagbesteding betekent dit dat de Amsterdammer wordt aangemeld bij één van de aanbieders met wie de gemeente een contract heeft. Bij voorzieningen op het gebied van wonen, rolstoelen en vervoer betekent het dat de gemeente ervoor zorgt dat de geïndiceerde voorziening wordt geleverd bij de Amsterdammer thuis.
Om Amsterdammers de mogelijkheid te bieden om zelf regie te voeren en ondersteuning in te kopen die in inhoud en/of vorm (nog) niet door de gemeente is ingekocht, wordt een Pgb geboden als alternatief. Een Pgb is mogelijk als de Amsterdammer kan motiveren dat dit gewenst is en duidelijk kan aangeven hoe het Pgb bijdraagt aan het oplossen van de ondersteuningsvraag (zie ook paragraaf 4.2).
De Wmo geeft gemeenten tevens de bevoegdheid om burgers financieel tegemoet te komen als zij als gevolg van een chronische ziekte of een beperking aannemelijke meerkosten moeten maken. In artikel 4.12 van de Wmo-verordening 2015 staat beschreven waarvoor een financiële tegemoetkoming in de meerkosten wordt verstrekt (zie paragraaf 4.8, 4.10 en hoofdstuk 4 B).
Hoofdstuk
Artikel 1.4