In dit hoofdstuk wordt de route beschreven die een Amsterdammer doorloopt om tot een oplossing van zijn ondersteuningsvraag te komen. Door deze route te beschrijven in de Wmo-verordening 2015 (hoofdstuk 2) en Nadere regels wordt een uniforme werkwijze vastgelegd en weet de Amsterdammer wat hij kan verwachten van de gemeente.
Het streven is om de Amsterdammer op het niveau van participatie en zelfredzaamheid te brengen dat bij zijn situatie past. Uitgangspunt daarbij is zijn situatie voordat hij getroffen werd door zijn beperkingen, alsmede de situatie van Amsterdammers in vergelijkbare omstandigheden en in dezelfde leeftijdscategorie die geen beperkingen hebben. Soms moet de Amsterdammer zich er bij neer leggen dat er belemmeringen blijven, of dat hij zich enige beperkingen zal moeten getroosten.