(artikel 2.1 Wmo-verordening 2015)
Een Amsterdammer met een ondersteuningsvraag op het gebied van zijn zelfredzaamheid of deelname aan het maatschappelijk verkeer, zal op zoek gaan naar een oplossing. In veel gevallen zal hij zelf in staat zijn ondersteuning te organiseren door een beroep te doen op een mantelzorger of vrijwilliger. Wanneer hij niet in staat is op eigen kracht een oplossing te organiseren dan kan de Amsterdammer zich melden bij de gemeente voor informatie, advies en/of ondersteuning.
De Amsterdammer kan zich voor zijn ondersteuningsvragen op de volgende plaatsen melden.
Voor hulp bij het huishouden, ambulante ondersteuning, dagbesteding of logeeropvang kan de Amsterdammer zich melden bij een zorgaanbieder of maatschappelijk dienstverlener die onderdeel is van het wijkzorgnetwerk of bij het Sociaal Loket.
Voor woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen kan de Amsterdammer zich melden bij de Wmo Helpdesk of bij het Sociaal Loket.
Voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang kan de ingezetene van Nederland die in Amsterdam ondersteuning zoekt zich melden bij de Centrale Toegang voor maatschappelijke opvang of beschermd wonen. Wanneer opvang nodig is vanwege acute somatische problematiek die niet adequaat behandeld kan worden in de reguliere opvang kan de Amsterdammer, na indicatie door een GGD arts, worden aangemeld voor de ziekenboeg. Opname in de ziekenboeg is altijd tijdelijk.
Als er twijfels zijn over de meldplaats kan de Amsterdammer ook contact opnemen met het Sociaal Loket. Zij gaan in gesprek met de Amsterdammer en kunnen adviseren over de juiste route.
De Amsterdammer kan zijn ondersteuningsvraag op verschillende manieren bij de gemeente melden. Hij kan dit persoonlijk doen, telefonisch, schriftelijk of per mail. De Amsterdammer kan hierbij een persoonlijk plan aanleveren, waarin hij aangeeft wat hij denkt nodig te hebben om maatschappelijk te kunnen meedoen en zelfredzaam te zijn. De medewerker die de melding aanneemt zal in eerste instantie informatie en advies geven. Als er daarna nog een vraag voor ondersteuning is, wordt de melding geregistreerd en wordt een onderzoek gestart. Een Amsterdammer kan zich voor en tijdens het onderzoek laten bijstaan door iemand uit zijn eigen omgeving of een onafhankelijke cliëntondersteuner.