(artikel 2.3 Wmo-verordening 2015)
Naar aanleiding van het onderzoek wordt een verslag opgesteld. Afhankelijk van de soort voorziening kan de vorm van het verslag verschillen.
Voor wijkzorg kan het verslag de vorm hebben van een ondersteuningsplan. Voor de doelgroep van maatschappelijke opvang en beschermd wonen heet dat een trajectplan. Voor woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen is het advies van het indicatieadviesbureau het verslag, dat desgewenst aan de Amsterdammer wordt opgestuurd.
In het ondersteuningsplan worden door wijkzorg afspraken vastgelegd over de te behalen doelen, resultaten en activiteiten en de duur en frequentie van de ondersteuning. Het ondersteuningsplan biedt ruimte om ondersteuningsvragen op alle levensdomeinen op één plek in beeld te brengen. Daarnaast bevat het de doelen en hoe de Amsterdammer daar, eventueel met zijn sociale omgeving, zelf aan bij kan dragen. Het ondersteuningsplan wordt samen met de Amsterdammer en eventueel zijn mantelzorger opgesteld. Voor hulp bij het huishouden wordt altijd een ondersteuningsplan met een afsprakenoverzicht opgesteld. De geboden ondersteuning wordt niet zwaarder of langer ingezet dan nodig is. Uitgangspunt is dat jaarlijks opnieuw wordt bekeken of en zo ja welke afspraken er nodig zijn voor de inzet van wijkzorg.
De Amsterdammer heeft binnen wijkzorg één regievoerder die optreedt als contactpersoon en tevens het ondersteuningsplan opstelt en beheert. Voor de doelgroep maatschappelijke opvang en beschermd wonen noemen we dit een trajecthouder.
De Amsterdammer krijgt een kopie van het ondersteuningsplan en tekent het ter goedkeuring. Als de Amsterdammer en degene die het onderzoek heeft uitgevoerd het niet met elkaar eens zijn over het verslag of ondersteuningsplan, wordt eenmalig een nieuw onderzoek bij een andere medewerker aangeboden. Dat leidt tot een nieuw verslag of ondersteuningsplan.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.4