Naar hoofdinhoud
aProductbeschrijving Collectief vervoer is een uitsluitend voor pashouders toegankelijk vervoerssysteem waarbinnen mensen op afroep zittend worden vervoerd. De chauffeur biedt de cliënt de benodigde begeleiding. De begeleiding kan variëren van licht (ondersteuning bij het bereiken van het voertuig, en bij het in- en uitstappen) tot intensief (hulp bij het bereiken van het voertuig, waaronder zonodig ook tilservice, en bij de toegang tot het voertuig). De chauffeurs zijn professionele krachten die op grond van ervaring en/of opleiding in staat zijn de dienstverlening van het vervoersproduct te bieden. De cliënt betaalt aan de vervoerder een ritbijdrage die is vastgelegd in de verordening. Het collectief vervoer maakt vervoer over alle afstanden mogelijk in de directe woon- en leefomgeving en biedt een actieradius van 25 kilometer hemelsbreed gerekend vanaf woonadres volgens de BRP, of zoveel meer dan nodig om vanaf het woonadres een bestemming binnen Amsterdam te bereiken. Het vervoer wordt uitgevoerd in personenbusjes, personenauto’s of combi-voertuigen. De vervoerder bepaalt welk voertuig ingezet wordt en houdt daarbij rekening met de beperkingen van de cliënt. Het materieel biedt de mogelijkheid om loophulpmiddelen, rolstoelen en scootmobielen te vervoeren. Voor het kunnen reizen naar verder weg gelegen bestemmingen is het Rijk verantwoordelijk (Valys). Iedere reiziger in het collectief vervoer kan op aanvraag een reisgenoot meenemen. De reisgenoot maakt exact dezelfde rit als de pashouder, en betaalt ook dezelfde ritbijdrage. Het is cliënten niet toegestaan een reisgenoot mee te nemen die begeleiding van de chauffeur nodig heeft, tenzij deze reisgenoot een vervoerspas heeft. De rit wordt uitgevoerd door de vervoerder van de cliënt met het zwaarste vervoersproduct. Er zijn twee bijzondere situaties voor reisgenoten: voor cliënten in het bezit van een OV-Begeleiderskaart geldt dat de begeleider als reisgenoot gratis meereist; voor gehandicapte kinderen jonger dan 12 jaar, en voor ouders met een beperking met kinderen jonger dan 12 jaar geldt dat er net zoveel reisgenoten mee mogen als gezinsleden; de reisgenoten betalen dezelfde ritbijdrage als de pashouders. Kinderen tot en met 3 jaar reizen gratis. Kinderen jonger dan 12 jaar dienen altijd onder begeleiding van een volwassen begeleider gebruik te maken van het vervoer. Hulphonden en blindengeleidehonden mogen gratis meereizen. Kleine huisdieren mogen alleen mee zolang deze op schoot genomen kunnen worden, en reizen dan eveneens gratis mee. De verschillende vervoersproducten binnen het collectief vervoer hebben naast deze algemene kenmerken aanvullende vervoersspecificaties. Deze worden besproken in paragraaf 4.10.1d. Daarnaast geldt dat alle cliënten die gebruik maken van het collectief vervoer groepsvervoer kunnen aanvragen. Groepsvervoer Groepsvervoer is vervoer van meer dan twee personen (cliënten en reisgenoten) van en/of naar hetzelfde adres. Cliënten kunnen groepsvervoer aanvragen ongeacht hun indeling in de vervoersproducten. De rit wordt uitgevoerd door de vervoerder van de cliënt met het zwaarste vervoersproduct. b Voorwaarden voor verstrekking Het openbaar vervoer is niet voor iedereen voldoende bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar. Indien personen wegens aantoonbare beperkingen niet of onvoldoende gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer is er voor hen het collectief vervoer. Redenen dat een persoon met beperkingen niet kan reizen met het openbaar vervoer zijn bijvoorbeeld dat hij of zij: een afstand van 800 meter niet zelfstandig, al dan niet met hulpmiddelen en in een redelijk tempo, kan afleggen; niet kan wachten bij een halte van het openbaar vervoer; niet in- en/of uit kan stappen in bus, tram, of metro; niet zelf de regie kan voeren voor, tijdens of na de reis, en er niet altijd iemand is die begeleiding kan bieden, of een vervoermiddel niet met anderen kan delen dan de chauffeur. In het collectief vervoer worden aan personen met beperkingen die niet met het openbaar vervoer kunnen reizen alternatieven geboden om zich te kunnen verplaatsen. Bij de verstrekking van vervoersvoorzieningen is het uitgangspunt ‘collectief als het kan, en individueel als het moet’. Het primaat is gelegd bij het collectief vervoer. Alleen wanneer het collectief vervoer niet (of in beperkte mate) in de vervoersbehoefte van de persoon met beperkingen voorziet, kan die persoon in aanmerking komen voor een aanvullende individuele vervoersvoorziening. Het collectief vervoer kan om verschillende redenen niet of niet volledig adequaat zijn: als de persoon vanwege zijn of haar beperkingen niet met het collectief vervoer kan reizen, dan is dit vervoer niet adequaat; als vanwege zeer frequente vervoersbehoeftes het collectief vervoer niet adequaat is, bijvoorbeeld als een belangrijk onderdeel van het dagelijks vervoerspatroon is dat een gehandicapte ouder kinderen van en naar school brengt, en in dit vervoersprobleem niet op een andere wijze kan worden voorzien; als het gaat om vervoer van een gehandicapte ouder die niet in staat is toezicht/begeleiding te bieden aan meereizende kinderen jonger dan 12 jaar, en geen reisgenoot voor begeleiding van deze kinderen beschikbaar is. In Amsterdam bestaan drie vormen van collectief vervoer voor personen met een beperking: ‘Deur tot deur Samenreizend vervoer’, ‘Deur tot deur Plus vervoer’ en ‘Kamer tot kamer vervoer’. Deze vormen onderscheiden zich van elkaar in de dienstverlening.

Rechtspraak bij dit artikel