Naar hoofdinhoud
aProductbeschrijving Een tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing, inclusief de inrichting, is een forfaitair bedrag dat wordt toegekend aan een persoon met beperkingen bij verhuizing naar een geschikte, eventueel nog te verbouwen woning of een interim woning; een persoon die ten behoeve van een persoon met beperkingen verhuist uit een rolstoelwoning met als doel de rolstoelwoning leeg achter te laten. De hoogte van de financiële tegemoetkoming is een door het college vastgesteld bedrag. De beschikking is maximaal vier jaar geldig. Daarnaast geldt in beginsel dat de aanvrager niet opnieuw in aanmerking komt voor een tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing indien de eerder verstrekte indicatie onbenut is gebleven en de aanvrager niet regelmatig op een woning van WoningNet heeft gereageerd. Voor de hoogte van de tegemoetkoming is de verhuisdatum bepalend. Men kan dus in aanmerking komen voor een ander forfaitair bedrag dan oorspronkelijk in de beschikking is toegezegd. Dit doet zich voor als tussen de datum van de toezegging van de tegemoetkoming en de daadwerkelijke verhuizing het door het college vastgestelde bedrag is aangepast. bVoorwaarden voor verstrekking Aan persoon met beperkingen a. Wegens beperkingen in het normale gebruik is verhuizing medisch noodzakelijk. Er moet zijn vastgesteld dat wegens beperkingen in het normale gebruik van de woning verhuizing medisch noodzakelijk is. Van noodzaak is slechts sprake indien de beperkingen niet te voorzien waren, doordat ze bijvoorbeeld plotseling ontstaan zijn en het normale gebruik van de woning daadwerkelijk belemmeren. Hiervan kan sprake zijn als er een rechtstreeks oorzakelijk verband bestaat tussen de ondervonden (naar objectieve medische maatstaf aanwezige) beperkingen en een of meer bouwkundige of woontechnische kenmerken van de door de persoon met beperkingen bewoonde woning. De beperkingen moeten voorts in of bij de woning zelf (waaronder ook de toegankelijkheid en de bereikbaarheid van de woning moet worden begrepen) worden ondervonden. b. Verhuizen naar zelfstandige woning. Uitgangspunt is dat men naar een - zelfstandige - woning gaat verhuizen, en niet naar kamers of een niet-zelfstandige woonruimte. Van een niet-zelfstandige woonruimte is sprake, als de wezenlijke voorzieningen zich buiten de eigenlijke woonruimte bevinden. Als wezenlijke voorzieningen worden de keuken en het toilet aangemerkt. c. Verhuizen naar geschikte woning. De tegemoetkoming wordt alleen uitbetaald indien de te betrekken woonruimte voldoet aan de gestelde wooneisen en aan de overige voorwaarden uit de Wmo-verordening 2015. De eisen waaraan de nieuwe woonruimte moet voldoen worden in de beschikking opgenomen. In de beschikking wordt de toezegging gedaan dat een financiële tegemoetkoming van een verhuizing wordt toegekend, onder voorwaarde dat in de (nog te zoeken en te vinden) woning de beperkingen zullen worden weggenomen of aanzienlijk verminderd. Als een woonruimte beschikbaar is die voldoet aan de wooneis bestaat de mogelijkheid dat in die woonruimte aanpassing nog steeds noodzakelijk is, maar dat de kosten van de aanpassing aanzienlijk lager zullen zijn dan wanneer de persoon met beperkingen niet zou verhuizen. d. Verhuizen naar interim-woning. Personen die verblijven in een revalidatiecentrum moeten vertrekken nadat de behandeling voltooid is. Als hun woning ongeschikt is en ook niet geschikt is te maken, is een verhuizing onvermijdelijk. Het kan voorkomen dat op korte termijn geen geschikte (rolstoel)woning beschikbaar is. Omdat verblijf in het revalidatiecentrum niet meer noodzakelijk is, bestaat dan de mogelijkheid te verhuizen naar een interim-woning. Dat is een (rolstoel)woning die niet geheel voldoet omdat hij te klein is (bijvoorbeeld te weinig kamers in relatie tot de gezinsgrootte) of in een verkeerd deel van Amsterdam ligt (bijvoorbeeld vanwege mantelzorg). In afwachting van het beschikbaar komen van een woning die wel voldoet, kan men verhuizen naar een interim-woning en dan een tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing krijgen. Bij de daaropvolgende verhuizing naar de ‘definitieve’ (wel passende) rolstoelwoning kan men wederom in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing. Dit wordt bij de verhuizing naar de interim-woning vastgelegd in de beschikking. De aanpassingen die aan de interim-woning zullen plaatsvinden, zijn minimaal. Uitsluitingen a. Oude woning verlaten voordat aanvraag is ingediend. Woont een persoon met beperkingen niet meer in de woonruimte op het moment dat een aanvraag wordt ingediend, dan dient de noodzaak, adequaatheid en passendheid van de financiële tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing achteraf beoordeeld te worden. Onderzocht wordt wat in deze situatie de goedkoopst adequate oplossing was geweest. De omstandigheden van de oude woonruimte worden bij de besluitvorming betrokken. Voor huurders geldt dus dat de financiële tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing in beginsel niet verleend wordt als een huuropzegging heeft plaatsgevonden voordat bij de gemeente een aanvraag is ingediend. Als huuropzegging wordt beschouwd de laatste dag waarop voor de te verlaten woning nog huur verschuldigd was en leeg opgeleverd moet worden. Voor woningeigenaren geldt hetzelfde: de aanvraag moet zijn ingediend voor de dag waarop de woning leeg opgeleverd moet zijn. Als de aanvraag voor huuropzegging, of in geval van verkoop voor het leeg opleveren van de woning, is ingediend dan is het college in de gelegenheid advies in te winnen over de aard en omvang van de door belanghebbende ondervonden beperkingen en aan de hand van de door de extern adviseur uitgebrachte rapportage uit te maken wat in de gegeven omstandigheden de meest adequate oplossing is. Het college zal op basis hiervan een beslissing nemen over de aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing. b. Verhuizen naar bijzonder type woonruimte. Een financiële tegemoetkoming is uitgesloten voor verhuizing naar een woonruimte die niet bestemd is om het gehele jaar te bewonen (bijvoorbeeld verhuizing naar vakantiehuizen). Als verhuisd wordt naar een Wlz-instelling, verzorgingshuis, verpleeghuis of een andere mede door de Wlz gefinancierde woonzorgvorm dan komt de persoon met beperkingen niet voor een financiële tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing in aanmerking. Bij verhuizing naar een woonruimte waarvoor geen huurovereenkomst maar een verzorgingsovereenkomst is afgesloten komt men niet voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking. c. Algemeen gebruikelijke verhuizingen. De kosten van een algemeen gebruikelijke verhuizing geven de persoon met beperkingen geen meerkosten ten opzichte van anderen. Daarom wordt bij een algemeen gebruikelijke verhuizing geen financiële tegemoetkoming toegekend. Voorbeelden zijn: Voor het eerst in Nederland zelfstandig gaan wonen, zoals kinderen die zelfstandig gaan wonen, en immigranten die eerst bij familie of vrienden gaan inwonen, en vervolgens een eigen woonruimte betrekken. Dit geldt ook voor remigranten; Verhuizen om economische redenen: een verhuizing die noodzakelijk is omdat elders ander werk wordt aanvaard; Langzaam toenemende beperkingen, waarbij is te voorzien dat er op termijn aanpassingen in de woning nodig zijn; Verhuizen uit een woning waarvan duidelijk is dat bewoning tijdelijk is, bijvoorbeeld omdat er een tijdelijke huurovereenkomst is die eindig is op redelijk korte termijn. Hierbij geldt dat per aanvraag een afweging wordt gemaakt op basis van de persoonlijke omstandigheden, gezinssituatie en woonsituatie. De capaciteit van de aanvrager om uit een oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien wordt ook bij de afweging betrokken. Aan persoon zonder beperkingen De gemeente stelt voor een verhuizing, waardoor een rolstoelgeschikte woning vrijkomt voor een persoon met beperkingen, een financiële tegemoetkoming beschikbaar. Sinds 1 augustus 2003 kan op grond van het huurrecht in het huurcontract een bepaling worden opgenomen waardoor verhuizing van de achtergebleven huisgenoten na vertrek of overlijden van de persoon met beperkingen niet langer een vrijwillige aangelegenheid is, maar rechtens afdwingbaar.

Rechtspraak bij dit artikel