aProductbeschrijving
Woonruimteaanpassingen zijn voorzieningen die bestaan uit een bouwkundige of woontechnische ingreep in of aan de woonruimte. Ze worden aard- en nagelvast aangebracht. Dat betekent dat deze voorzieningen niet uit de woning zijn te verwijderen zonder daarbij gebruik te maken van gereedschap. Losse woonvoorzieningen, zoals doucherolstoelen, kan men ‘onder de arm’ meenemen. Dit worden daarom roerende woonvoorzieningen genoemd.
Woonruimteaanpassingen beogen de woonruimte bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar te maken door het wegnemen of aanzienlijk verminderen van de belemmeringen bij het normale gebruik van de woning. Doorgaans wordt één verdieping aangepast. Liggen de woonactiviteiten verspreid over meerdere woonlagen, dan doet de gemeente in eerste instantie een appèl op het reorganisatievermogen van de betrokkene en diens sociale omgeving.
In sommige gevallen kan het noodzakelijk zijn buitenshuis aanpassingen aan te brengen. Bijvoorbeeld het aanpassen van de oprit naar de woning. Deze aanpassing wordt in het kader van de Wmo verricht omdat de aanpassing noodzakelijk is om de beperkingen die de belanghebbende bij het betreden van de woning ondervindt op te heffen of te verminderen. Een aanpassing buitenshuis kan ook noodzakelijk zijn als de aanpassing het gevolg is van een Wmo-verstrekking, zoals het aanbrengen van een oplaadpunt voor een scootmobiel.
De woonruimte wordt aangepast overeenkomstig het uitvoeringsniveau van een sociale huurwoning.
Bij aanpassingen die naar verwachting de grens van het bij het primaat verhuizen in het Financieel besluit opgenomen bedrag te boven gaan, wordt vanaf de start van de melding het alternatief van verhuizen meegenomen.
Onder woonruimteaanpassingen vallen onder andere: verbreden van deuren, aanpassing in de douche/badkamer (plaatsen van een drempelhulp, aanbrengen van een stroeve douchevloer), aanpassing in de keuken (plaatsen van een onderrijdbare keuken), trapliften, vaste patiëntenlift (plafondlift). Ten behoeve van elektrische rolstoelen en/of scootmobielen tevens het aanleggen van een elektriciteitsvoorziening voor het opladen van accu's en aanpassing van de bestrating. De verhoogde toiletpot (6+ en 10+) en het plaatsen van beugels en steunen worden als algemeen gebruikelijk beschouwd.
bVoorwaarden voor verstrekking
Hoofdverblijf
Op grond van de Wmo-verordening 2015 beperkt het verlenen van woonvoorzieningen zich tot het hoofdverblijf van de persoon met beperkingen. Een aanpassing is in beginsel alleen mogelijk van een woonruimte waar de belanghebbende daadwerkelijk zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft.
Hierop wordt een uitzondering gemaakt voor die gevallen waarin een belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft in een Wlz-instelling. Het college bepaalt of eenmalig een woonruimte wordt aangepast waar een persoon met beperkingen vaak verblijft. Het gaat dan om het bezoekbaar maken van een woonruimte door woonruimteaanpassingen voor het toegankelijk maken van de entree, de woonkamer en het toilet. De belanghebbende verblijft in die woonruimte slechts beperkt en het is dan ook redelijk, dat geen volledige, maar een beperkte aanpassing plaatsvindt.
Het komt met name bij kinderen die in een Wlz-instelling verblijven steeds vaker voor dat zij in de weekends en gedurende de vakanties voor een langere periode naar het ouderlijk huis gaan. Daarom is het ook mogelijk de ouderlijke woning logeerbaar te maken. Hierbij gaat het om het toegankelijk maken van de woning en het toegankelijk en bruikbaar maken van de slaapkamer, de douche en het toilet.
Naar analogie van het beleid ten aanzien van kinderen die in een Wlz-instelling verblijven, kan ook, indien de ouders van een gehandicapt kind gescheiden leven, de tweede woning worden aangepast en logeerbaar worden gemaakt. Daarbij moet worden gedacht aan de situatie van gehandicapte kinderen die in co-ouderschap door beide ouders worden opgevoed en daadwerkelijk de ene helft van de tijd bij de ene ouder wonen en de andere helft van de tijd bij de andere ouder. Het spreekt voor zich dat dit alleen geldt voor woningen in Amsterdam. Voor roerende woonvoorzieningen geldt dat in beginsel slechts één roerende voorziening wordt verstrekt waarover ouders onderling afspraken maken.
Gemeenschappelijke ruimten
Een tegemoetkoming voor het aanpassen van gemeenschappelijke ruimten (bijvoorbeeld de aanleg van een hellingbaan vanaf de openbare weg naar de toegang van het woongebouw) wordt alleen dan verstrekt als de persoon met beperkingen de toegang tot de woonruimte uitsluitend vanuit de gemeenschappelijke ruimten kan bereiken na het realiseren van deze aanpassing. De gemeenschappelijke ruimten betreffen voornamelijk entrees, trapportalen en portieken van woongebouwen. Het aanpassen van een gemeenschappelijke recreatieruimte wordt niet gecompenseerd.
Woonwagens, woonschepen en binnenschepen
Voor woonwagens met een vaste standplaats, woonschepen met een officiële ligplaats en het woonverblijf van binnenschepen gelden dezelfde regels als voor zelfstandige woningen.
Personen met beperkingen ondervinden in deze woonvormen echter eerder problemen die ook ernstiger van aard zijn dan bij woningen. Dit houdt verband met de specifieke vormgeving van deze woonvormen.
Aanpassingen moeten passen in het karakter van woonschepen en woonwagens. Aanvragen voor een overdekte overgang van de woonwagen naar het douche-/toiletgebouw komen bijvoorbeeld niet voor een vergoeding in aanmerking, omdat één van de kenmerken van het wonen in een woonwagen is dat het toilet zich buiten de wagen bevindt.
Woonwagens, woonschepen en binnenschepen hebben een kortere levensduur dan woningen. De voorziening kan slechts worden toegekend indien de kosten van de voorziening in redelijke verhouding staan tot de (technische) levensduur van de woonvorm. Hieronder wordt verstaan dat een woonschip en een woonwagen alleen aangepast worden als de resterende technische levensduur minimaal vijf jaar is en de lig- c.q. standplaats niet binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt.
ADL-woningen
Een ADL-woning is een woning die deel uitmaakt van een aantal bij elkaar horende rolstoeldoorgankelijke woningen (onder andere bekend als Fokuswoningen). ADL-woningen zijn bedoeld voor mensen met een zwaar lichamelijke beperking die zijn aangewezen op hulp bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL-assistentie) vanuit een centraal gelegen unit.
Individuele woonvoorzieningen in bestaande ADL-woningen worden verstrekt in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Hiermee is het aanspraakniveau van woonvoorzieningen in ADL-woningen gelijk aan dat van alle andere Amsterdamse woningen.
Voor de volgende collectieve voorzieningen kunnen bewoners niet bij de Wmo terecht: het alarmintercomsysteem, het sanitair (waaronder het hoog/laagbad) en de deurmotoren in de ADL-unit.
Traplift
Bij het overbruggen van hoogteverschillen bij het betreden van de woning en bij het verplaatsen binnenshuis kan het installeren van een of meer trapliften een adequate oplossing zijn. Uitgangspunt voor toekenning van de voorziening is dezelfde als bij de afweging aanpassen/verhuizen.
Bij plaatsing van trapliften in gemeenschappelijke trapportalen moet worden voldaan aan de eisen van de brandveiligheid zoals die door het college van burgemeester en wethouders zijn vastgesteld.
Bedieningselementen
Om het normale gebruik van deuren, keukenkastjes en dergelijke mogelijk te maken, kan het noodzakelijk zijn een voorziening te treffen. Voorbeelden zijn het aanbrengen van elektrische deuropeners, bedieningsapparatuur voor (buiten)zonwering, maar soms ook voor het installeren van speciale knoppen op de centrale verwarming, de thermostaat van de centrale verwarming voor blinden of slechtzienden of speciale knoppen op keukenkastjes, waarbij deze worden beschouwd als vast onderdeel van de keuken.
Bedieningselementen die in relatie staan tot aard- en nagelvaste zaken in de woning worden wel verstrekt, maar als het gaat om de bediening van losse of inrichtingselementen wordt geen voorziening verstrekt (zoals voor speciale knoppen op het gasfornuis of op kasten).
Voor het openen en sluiten van gordijnen geldt een uitzondering. Indien installeren van een bedieningselement (een motor) de enige oplossing is, is verstrekking hiervan wel mogelijk.
Stalling van een scootmobiel
Voor verstrekking van een scootmobiel geldt als voorwaarde dat er een geschikte stallingsmogelijkheid aanwezig is of te realiseren moet zijn. Het betreft een voorziening die het mogelijk maakt de scootmobiel te stallen en op te laden. Dit kan op drie verschillende manieren:
bij de woning: plaatsen van haak en oplaadpunt en leveren van beschermhoes, onder voorwaarde dat de persoon met beperkingen de haak, het oplaadpunt en de hoes kan hanteren;
binnen de woning of wooncomplex: aanpassing van bestaande berging, aanpassing binnenruimte van de woning of aanpassing gemeenschappelijke ruimte wooncomplex;
bij de woning: vergoeding als tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een openbare overdekte stalling.
Indien er een scootmobielpool is en de persoon met beperkingen kan hier gebruik van maken is dat een voorliggende oplossing en worden geen aanpassingen ten behoeve van stalling gedaan. Als er geen geschikte stallingsmogelijkheid aanwezig is en een eventuele scootmobielpool is geen adequate oplossing dan wordt beoordeeld welke van de drie manieren de goedkoopst adequate oplossing biedt.
Uitsluitingen
a. Ruimte wordt bestemd voor andere doeleinden
Als een ruimte wordt bestemd voor andere doeleinden - bijvoorbeeld een slaapkamer wordt studeerkamer of hobbykamer – beperkt de aanpassing zich tot het toegankelijk en bruikbaar maken van de ruimte voor zover het de oorspronkelijke functie betreft, in dit geval dus van slaapkamer. Alles wat extra nodig is om van die ruimte een hobbykamer of studeerkamer te maken, komt voor eigen rekening.
b. Aanpassingen uit therapeutisch oogpunt
Aanpassingen uit therapeutisch oogpunt zijn uitgesloten omdat zij geen problemen in het normale gebruik van de woning wegnemen. Het gaat bijvoorbeeld om het plaatsen van een ligbad. De uitraasruimte, waar later nog op terug wordt gekomen, vormt hier een uitzondering op.
c. Aanpassingen ten behoeve van derden
Aanpassingen ten behoeve van derden zijn niet mogelijk, bijvoorbeeld ter voorkoming van door de persoon met beperkingen veroorzaakte geluidsoverlast, uit oppas- of verzorgingsoverwegingen (bijvoorbeeld de aanbouw van een kamer voor een verpleegkundige).
d. Verhuizing naar ongeschikte woning
Bij verhuizing naar een ongeschikte woning komen de noodzakelijke aanpassingen niet voor vergoeding in aanmerking, omdat bij een dergelijke verhuizing de problemen voorzienbaar waren.
e. Inrichtingselementen
Het aanbrengen van inrichtingselementen, zoals kasten, (keramische of inductie) kookplaten, stoffering en zonneschermen komen niet voor vergoeding in aanmerking. Ook centrale verwarmingsinstallaties en douches worden niet aangebracht in de woning. Dit zijn algemeen gebruikelijke voorzieningen die vallen onder woningverbetering en het aanpassen van een woning aan de eisen van de tijd.
Eigenaar/bewoner
Bij aankoop van een (nieuwbouw)woning worden geen woonvoorzieningen verstrekt als ten tijde van het sluiten van het definitieve koopcontract te voorzien was dat in deze woonruimte aantoonbare beperkingen zouden worden ondervonden. Zou een hoger bedrag dan het in het Financieel besluit vastgelegde bedrag nodig zijn, dan is men voor verstrekking vanuit de Wmo verkeerd verhuisd. Het is dus van belang dat vooraf, in opdracht van het college, een bouwkundige beoordeelt of de woning geschikt is en wat de eventuele kosten van een noodzakelijke woningaanpassing zullen zijn.
Medewerking woningeigenaar
In de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is in artikel 2.3.7 vastgelegd dat, als het college heeft besloten om een woningaanpassing te verstrekken voor een woning waarvan de Amsterdammer met beperkingen niet de eigenaar is, het college dan wel de Amsterdammer met beperkingen, bevoegd is om zonder toestemming van de eigenaar deze woningaanpassing aan te (laten) brengen. De gemeente dient wel vooraf de woningeigenaar te horen.
De medewerking van verhuurders kan worden gestimuleerd door het verlenen van een financiële tegemoetkoming in de kosten van huurderving.
Het plaatsen van een of meer trapliften in een gemeenschappelijk trappenhuis is daarnaast onderhevig aan de eisen van brandveiligheid die de gemeente Amsterdam hiervoor hanteert.
Het is aan de woningeigenaar om medebewoners over de aanpassingen in gemeenschappelijke ruimten te informeren.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.8.2