(artikel 4.8 Wmo-verordening 2015)
aProductbeschrijving
Hulp bij het huishouden (Hbh) is het geheel of gedeeltelijk overnemen van huishoudelijke activiteiten bij Amsterdammers die deze niet of niet meer zelf kunnen (regelen). De gemeente Amsterdam onderscheidt vijf te bereiken resultaten: een schoon en leefbaar huis, beschikken over schone was, beschikken over boodschappen, beschikken over maaltijden en thuis zorgen voor kinderen. Voor meer informatie zie ook bijlage 1, maatstaf hulp bij het huishouden, bijlage 2, toelichting puntensysteem persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden en bijlage 3 normering thuis zorgen voor kinderen.
Daarnaast worden twee producten voor bijzondere doelgroepen onderscheiden: Hbh OGGZ (Openbare Geestelijke Gezondheidszorg: bedoeld voor mensen met complexe problemen op meerdere levensdomeinen)
en Hbh Bijzondere schoonmaak.
Hulp bij het huishouden kan ook worden geboden aan de Amsterdammer als zijn mantelzorger overbelast dreigt te raken. Om de zelfredzaamheid van de Amsterdammer te bevorderen kan advies, instructie en voorlichting worden geboden. Onderdeel van advies, instructie en voorlichting is de activering en ondersteuning van de Amsterdammer en zijn netwerk en signalering van veranderingen in de persoonlijke situatie. Zo nodig wordt de Amsterdammer ook ondersteund bij de dagelijkse organisatie van het huishouden.
De noodzakelijke inzet van de huishoudelijke hulp wordt bepaald in overleg met de Amsterdammer en betreft altijd maatwerk. In het ondersteuningsplan worden door wijkzorg afspraken vastgelegd over de te behalen doelen, resultaten en activiteiten en de duur (Onder duur wordt verstaan de duur waarvoor het ondersteuningsplan wordt afgegeven) en frequentie van de ondersteuning (zie ook paragraaf 2.4 van de Nadere regels). Voor de resultaten van hulp bij het huishouden worden de activiteiten en frequentie benoemd in het afsprakenoverzicht dat naast het ondersteuningsplan wordt opgesteld. Basis hiervoor is de vastgestelde maatstaf in bijlage 1. Op verzoek is voor de Amsterdammer een beschikking in uren beschikbaar.
Een schoon en leefbaar huis
Om het resultaat van een schoon en leefbaar huis te kunnen behalen kan (gedeeltelijke) overname van schoonmaakactiviteiten nodig zijn. Leefbaar staat voor opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. In de maatstaf hulp bij het huishouden in bijlage 1 worden alle structurele basis schoonmaakactiviteiten en incidentele schoonmaakactiviteiten, inclusief de uitvoeringsfrequentie, voor een schoon en leefbaar huis, omschreven. Aan de hand van de persoonlijke situatie wordt bepaald wat daadwerkelijk gedaan moet worden.
Beschikken over schone was
Elke Amsterdammer moet kunnen beschikken over schone was. Hieronder wordt verstaan dat de normale, dagelijkse kleding van de Amsterdammer, inclusief textiel zoals handdoeken en beddengoed, gewassen en gedroogd wordt. In de maatstaf hulp bij het huishouden in bijlage 1 worden de activiteiten beschreven die bij dit resultaat horen. Ook wordt aangegeven met welke maximale frequentie de activiteiten moeten worden uitgevoerd.
In beginsel wordt ervan uitgegaan dat een ieder kan beschikken over strijkvrije bovenkleding. Op grond hiervan maakt strijken alleen bij uitzondering deel uit van het resultaat schone was.
Beschikken over boodschappen
Dit resultaat heeft betrekking op de boodschappen die voor elke Amsterdammer nodig zijn voor de dagelijkse levensbehoeften. Hieronder vallen levensmiddelen, toiletartikelen en schoonmaakmiddelen. In de maatstaf hulp bij het huishouden in bijlage 1 worden de activiteiten beschreven die bij dit resultaat horen. Ook wordt aangegeven met welke maximale frequentie de activiteiten moeten worden uitgevoerd.
De Wmo is aanvullend op de eigen mogelijkheden en heeft uitsluitend een taak als boodschappenservices ontoereikend zijn.
Beschikken over maaltijden
Ook het klaarzetten van brood- en/of warme maaltijden valt onder hulp bij het huishouden. In de maatstaf hulp bij het huishouden in bijlage 1 worden de activiteiten beschreven die bij dit resultaat horen. Het uitgangspunt bij broodmaaltijden is dat deze 1x per dag gemaakt worden. Broodmaaltijden die in de ochtend gemaakt zijn kunnen tot ’s avonds in de koelkast bewaard worden.
Als dat nodig is, wordt de Amsterdammer één keer per dag ondersteund bij het opwarmen van een maaltijd. De Wmo is aanvullend op de eigen mogelijkheden en heeft uitsluitend een taak als maaltijdservices ontoereikend zijn. Het bereiden van warme maaltijden is gezien het aanbod van kant en klaar maaltijden in beginsel niet noodzakelijk. Kant en klaar maaltijden zijn voorliggend op het bereiden van maaltijden.
Thuis zorgen voor kinderen
Bij het thuis zorgen voor kinderen gaat het om de dagelijkse, gebruikelijke hulp voor gezonde kinderen die tot het gezin behoren als beide ouders/verzorgers niet in staat zijn deze te leveren. Het betreft activiteiten als wassen en aankleden, hulp bij eten en/of drinken, een maaltijd voorbereiden en toezicht houden. Ook problemen op het gebied van mobiliteit, zoals het begeleiden van kinderen naar school vallen eronder.
Het is de verantwoordelijkheid van ouders/verzorgers om opvang te regelen, op tijden dat zij beiden niet in staat zijn om voor de kinderen te zorgen. Om het resultaat thuis zorgen voor kinderen te behalen wordt, als het om opvang gaat, maximaal drie maanden ondersteuning ingezet. Deze niet-structurele opvang van kinderen wordt alleen ingezet bij ontwrichting of calamiteiten, bijvoorbeeld bij het acuut wegvallen van één of beide ouders/verzorgers. Voor de verzorging van kinderen kan langer hulp worden ingezet. Hierbij wordt rekening gehouden met gebruikelijke hulp voor kinderen per levensfase, zie bijlage 4. De Wmo is aanvullend op de eigen mogelijkheden en heeft vooral een taak in het bijspringen, zodat voor het gezin ruimte ontstaat om zelf een al dan niet tijdelijke oplossing te vinden. Meer informatie over de normering voor thuis zorgen voor kinderen staat in bijlage 3.
bVoorwaarden voor verstrekking
Per huishouden worden alleen de huiskamer, de als slaapvertrek in gebruik zijnde ruimte(s), sanitaire ruimten (max. 1 badkamer en 2 toiletten), de keuken en de hal structureel schoongemaakt. Als een trap aanwezig is hoort deze bij de hal. Overige en niet in gebruik zijnde ruimtes worden incidenteel of niet schoongemaakt. Het type woning, de grootte van de woning of het aantal inwoners van de woning heeft geen invloed op het aantal te behalen resultaten binnen het huishouden. De grootte van de woning en het aantal bewoners kan wel invloed hebben op de frequentie van ondersteuning. Huisdieren kunnen invloed hebben op de tijdsbesteding van schoonmaak, maar hebben geen invloed op de frequentie van de huishoudelijke ondersteuning. Een uitzondering hierop is de hulphond; deze kan zowel invloed hebben op de tijdsbesteding als op de frequentie van huishoudelijke ondersteuning.
Het schoonhouden of schoonmaken van de buitenkant van het huis, zoals het ramen lappen aan de buitenkant, maakt geen deel uit van hulp bij het huishouden. Ook het onderhouden van de tuin, het uitlaten van huisdieren en overige activiteiten buiten het huis, vallen buiten de reikwijdte van hulp bij het huishouden. Dit is ook van toepassing op hand- en spandiensten zoals het vervangen van een lamp of ophangen van een plank.
Bij het resultaat beschikken over schone was wordt alleen in uitzonderingssituaties gestreken. In beginsel wordt strijkvrije bovenkleding als voorliggend beschouwd. Onderkleding (ondergoed en sokken) en alle vormen van bed-, keuken- en badtextiel worden niet gestreken.
Van de Amsterdammer wordt medewerking gevraagd om deze ondersteuning zo efficiënt mogelijk te kunnen organiseren. Dit betekent dat van de Amsterdammer wordt verwacht dat hiermee rekening wordt gehouden bij de inrichting van de woning en planning van huishoudelijke werkzaamheden. Te denken valt bijvoorbeeld aan het ergonomisch verantwoord inrichten van de woning. Ook wordt van de Amsterdammer gevraagd om binnen zijn mogelijkheden werkzaamheden te (blijven) uitvoeren en in ieder geval de woning op te ruimen, zodat het schoonmaken efficiënter gebeurt. Het schoonmaken van verzamelingen valt niet onder hulp bij het huishouden. Als de Amsterdammer regie kan voeren over het huishouden, mag van hem tevens worden verwacht dat werkzaamheden worden geprioriteerd en keuzes worden gemaakt.
Naast bovenstaande wordt bij hulp bij het huishouden gekeken naar wat de Amsterdammer zelf kan en welke ondersteuning zijn sociale netwerk kan bieden. De mate van zelfredzaamheid van de Amsterdammer wordt onderzocht en gestimuleerd. Er wordt gekeken welke ondersteuning vanuit de gemeente aanvullend noodzakelijk is.
• Het inzetten van eigen kracht
Ter versterking van de zelfredzaamheid van de Amsterdammer wordt allereerst gekeken naar de mogelijkheden en vaardigheden van de Amsterdammer zelf om het huishouden op eigen kracht te organiseren en uit te voeren. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan: het aanschaffen van algemeen gebruikelijke voorzieningen zoals een uitschuifbare ramenlapper, een wringmechanisme voor een dweil of strijkvrije kleding, een strijkservice, het anders organiseren van de boodschappen of de maaltijden of het inzetten van vormen van opvang, zoals een crèche, kinderopvang of buitenschoolse opvang.
Een droger of afwasmachine hoeft niet verplicht aangeschaft te worden. Maar als deze aanwezig zijn, is het gebruik ervan voorliggend op de inzet van hulp bij het huishouden.
In situaties waarin men al langere tijd op eigen kosten iemand inhuurt voor huishoudelijke taken of gebruik maakt van een wasservice, en er geen aantoonbare meerkosten zijn in relatie tot de beperking, is het probleem al opgelost en wordt geen hulp bij het huishouden ingezet. Dit is uiteraard anders als aangetoond kan worden dat er een wijziging in het inkomen heeft plaatsgevonden. Ook als beperkingen zijn toegenomen en op grond hiervan meer hulp bij het huishouden noodzakelijk is, kan er een melding worden gedaan.
Om de eigen kracht en vaardigheden van de Amsterdammer te vergroten kan tijdelijk (extra) hulp ingezet worden ter ondersteuning van de Amsterdammer bij de ontwikkeling van zijn of haar vaardigheden.
• Het vergroten van de inzet van het eigen sociale netwerk
Gebruikelijke hulp
Bij het eigen sociaal netwerk gaat het allereerst om de zogenoemde gebruikelijke hulp (Zie voor meer informatie over gebruikelijke hulp hoofdstuk 2 van deze Nadere regels). De gemeente gaat ervan uit dat volwassen huisgenoten een bijdrage leveren aan het huishouden. Van kinderen wordt geen bijdrage verwacht. Bij gebruikelijke hulp wordt rekening gehouden met de belastbaarheid van de volwassen huisgenoot. Huisgenoten van 18 tot en met 22 jaar gelden als volwassen huisgenoten en kunnen een eenpersoonshuishouden voeren. Taken die bij een eenpersoonshuishouden horen zijn: schoonhouden van sanitaire ruimte, keuken en een kamer, de was doen, boodschappen doen, maaltijd verzorgen, afwassen en opruimen. Indien nodig kan ook de opvang en/of verzorging van jongere gezinsleden tot hun taken behoren. Huisgenoten vanaf 23 jaar kunnen alle huishoudelijke taken volledig overnemen.
Gebruikelijke hulp en werk
Als gebruikelijke hulp geleverd wordt door (fulltime) werkenden, wordt met het werk en daarmee samenhangende drukte ten aanzien van huishoudelijke taken geen rekening gehouden. Stofzuigen of de badkamer schoonmaken kan immers ook in het weekend of vrije tijd verricht worden door werkenden in het kader van gebruikelijke hulp.
Uitzonderingen op dit uitgangspunt zijn personen die op grond van hun beroep langdurig van huis moeten zijn zoals zeevarenden of (internationale) vrachtwagenchauffeurs en daarmee vergelijkbare beroepen.
In de volgende situaties is er geen sprake van een leefeenheid, oftewel van een gezamenlijk huishouden en daarom ook geen sprake van gebruikelijke hulp:
Kamerverhuur (op basis van een huurovereenkomst)
Als er sprake is van kamerverhuur, wordt de huurder van de betreffende ruimte niet tot het huishouden gerekend. Van huurders mag niet verwacht worden dat zij de huishoudelijke taken overnemen; er is bijvoorbeeld geen sprake van familiebanden. Er moet wel een huurovereenkomst aanwezig zijn. Als mensen zelfstandig samenwonen op een adres en gemeenschappelijke ruimten delen, wordt verondersteld dat het aandeel in het schoonmaken van die ruimten bij uitval van een van de leden wordt overgenomen door de andere leden van een leefeenheid.
Overig sociaal netwerk
Naast de gebruikelijke hulp wordt ook gekeken naar het overig sociaal netwerk van de Amsterdammer. Het sociaal netwerk bestaat bijvoorbeeld uit vrienden, kennissen of buren. Er wordt met de Amsterdammer besproken of het sociale netwerk, op basis van vrijwilligheid of wederkerigheid, ondersteuning kan bieden op gebied van het huishouden, zoals grootouders die de kinderen opvangen, vrienden die maaltijden verzorgen of buren die boodschappen meenemen of het afval aan de straat zetten of in de container doen.
• Een beroep doen op andere wetgeving
De Zorgverzekeringswet (Zvw) kan voorliggend zijn als behandeling of medicatie kan leiden tot verbetering van functioneren of handelen (vaardigheden). Ook het opnemen van ouderschapsverlof of zorgverlof of het gebruik van buitenschoolse opvang kan een voorliggende oplossing zijn. Voor Amsterdammers die een indicatie hebben of kunnen krijgen voor zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz), geldt dat de Wlz voorliggend is op de Wmo.
• Het gebruik maken van voorzieningen in de sociale basis en algemene voorzieningen in de wijk
Hulp bij het huishouden wordt pas verstrekt als er geen alternatieve basis- of algemene voorzieningen in de wijk of buurt voorhanden zijn, van waaruit activiteiten worden georganiseerd en diensten worden aangeboden. Zo zijn bijvoorbeeld eettafels, het doen van boodschappen of het verzorgen van een maaltijd voorliggende activiteiten op ondersteuning voor boodschappen of maaltijden vanuit de Wmo. Ook eventuele nieuwe algemene voorzieningen, waarvan gestimuleerd wordt dat ze ontwikkeld worden in de komende jaren, zijn voorliggend als zij de belemmeringen op het gebied van het huishouden voldoende oplossen en kunnen tot bijstelling van de geleverde hulp leiden.
Bijzondere producten
Als de reguliere hulp bij het huishouden niet voldoende is, wordt gekeken of de Amsterdammer tot een bijzondere doelgroep behoort.
Hulp bij het huishouden OGGZ
a Productbeschrijving
Hulp bij het huishouden OGGZ wordt ingezet bij Amsterdammers bij wie sprake is van een ernstig vervuild huishouden of een onveilige woning en bestaat uit:
De benodigde hulp bij het huishouden voor een schoon en leefbaar huis, beschikken over schone was, beschikken over boodschappen en beschikken over maaltijden.
Het formuleren en bijstellen van doelen met betrekking tot het huishouden en het helpen verkrijgen en handhaven van structuur en organisatie in het huishouden.
Het motiveren van de Amsterdammer om mee te helpen.
Het actief signaleren van problemen en veranderingen in de situatie van de Amsterdammer en zijn sociale netwerk (waaronder mantelzorg) waardoor mogelijk inzet van andere/aanvullende dienstverlening en/of voorzieningen noodzakelijk is.
Hulp bij het huishouden OGGZ heeft het volgende resultaat: een veilige en hygiënische leefomgeving voor de Amsterdammer en de omwonenden en een zodanige organisatie van het huishouden dat de ondersteuning, waar mogelijk, kan worden geboden door reguliere hulp bij het huishouden al dan niet in combinatie met ambulante ondersteuning.
b Voorwaarden voor verstrekking
Er is sprake van een ernstig vervuild huishouden of een onveilige woning als gevolg van een psychische beperking (denk aan verslaving, verzameldwang of een ernstig psychosociaal probleem) en de aanwezigheid van meerdere problemen op andere leefgebieden zoals inkomen en dagbesteding.
De Amsterdammer is hierdoor onvoldoende in staat om in zijn eigen bestaansvoorwaarden te voorzien, er is sprake van een gebrek aan mogelijkheden om zelf problemen op te lossen en daarbij speelt de afwezigheid van een adequate hulpvraag een rol. Er is mogelijk sprake van een beperkt sociaal netwerk.
Hulp bij het huishouden Bijzondere schoonmaak
a Productbeschrijving
Hulp bij het huishouden Bijzondere schoonmaak betreft het eenmalig en in een aaneengesloten periode grondig schoonmaken van een te volle of extreem vervuilde woning van een Amsterdammer.
Hulp bij het huishouden Bijzondere schoonmaak bestaat uit de volgende werkzaamheden:
Het motiveren van de Amsterdammer voor schoonmaak van zijn/haar woning.
Opruimen van de woning.
Bepalen, zoveel mogelijk in overleg met de Amsterdammer, welke huisraad en overige spullen kunnen worden afgevoerd.
Afvoeren van overtollig huisraad en overige spullen.
Reinigen van de complete woning zodanig dat daarna reguliere hulp bij het huishouden voldoende is om de woning schoon te houden.
Motiveren van de Amsterdammer om mee te helpen.
Het opruimen van buitenruimten voor zover deze overlast gevend zijn voor de omgeving.
Het uitvoeren van activiteiten ten behoeve van de veiligheid van de medewerkers en het faciliteren van de praktische uitvoering van de Hbh Bijzondere schoonmaak (bijv. het repareren van loshangende stopcontacten, watervoorziening).
Het resultaat van hulp bij het huishouden Bijzondere schoonmaak is dat de woning in een zodanige staat verkeert dat er een veilige, hygiënische leefomgeving voor de Amsterdammer en de omwonenden is ontstaan, en dat de voorwaarden zijn gecreëerd voor de meer structurele inzet van hulp bij het huishouden OGGZ, reguliere hulp bij het huishouden en/of ambulante ondersteuning.
b Voorwaarden voor verstrekking
Er is sprake van een ernstig vervuild huishouden of een onveilige woning als gevolg van een psychische beperking (denk aan verslaving, verzameldwang of een ernstig psychosociaal probleem) en de aanwezigheid van meerdere problemen op andere leefgebieden zoals inkomen en dagbesteding.
De Amsterdammer is hierdoor onvoldoende in staat om in zijn eigen bestaansvoorwaarden te voorzien, er is sprake van een gebrek aan mogelijkheden om zelf problemen op te lossen en daarbij speelt de afwezigheid van een adequate hulpvraag een rol. Er is mogelijk sprake van een beperkt sociaal netwerk. Hbh Bijzondere schoonmaak wordt ingezet in een acute of urgente situatie waarbij sprake is van een veiligheids- en gezondheidsrisico’s voor de Amsterdammer of de omwonenden, of om voorwaarden te scheppen voor de structurele inzet van hulp bij het huishouden OGGZ, reguliere hulp bij het huishoudenHbh en/of ambulante ondersteuning.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.9