Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 8.

Artikel 8.1.

Werkafspraken en voorwaarden met betrekking tot de uitvoering

Onderdeel van Handboek kabels en leidingen Meierijstad als nadere regel ter uitwerking van de AVOI

De grondroerder moet ervoor zorgen dat een afschrift en/of een digitale versie van het instemmingsbesluit, de vergunning of het meldingsformulier inclusief de tekening(en), het Handboek, alsmede de afschriften van de toestemmingen van derden inclusief de voorwaarden en de gegevens van de Klic-melding op de graaflocatie aanwezig zijn. Deze documenten moeten desgevraagd aan de coördinator en/of toezichthouder getoond worden. De grondroerder moet zich houden aan de CROW-richtlijnen (onder andere) “Combineren van onder- en bovengrondse infrastructuur met bomen” en “Schade voorkomen aan kabels en leidingen” (respectievelijk de publicaties 280 en 500), de meest recente Standaard RAW-bepalingen (voor grondwerken, groenvoorzieningen, sleuf- en sleufloze technieken en leiding- en kabelwerk) alsmede de AVOI-, Handboek en WIBON-bepalingen inclusief eventuele recente aanvullingen. Als het voor aanvang bekend is dat er kabels en/of leidingen van meerdere netbeheerders in, in de directe nabijheid of aansluitend aan een te roeren tracé gelegd of opgeruimd moeten worden moeten deze werkzaamheden zoveel mogelijk gecombineerd of aansluitend aan elkaar in een werkgang en in ieder geval conform de gezamenlijk afgesproken planning uitgevoerd worden. De grondroerder(s) moet(en) dit als zodanig onderling of met de betreffende netbeheerder(s) en met de coördinator afstemmen (combiwerk). Verder kunnen ook projecten aan de orde zijn waarbij werkzaamheden van de gemeente en netbeheerder(s) binnen een gezamenlijk afgesproken tijdvak uitgevoerd moeten worden. Deze werkzaamheden komen tot stand vanuit proactieve regie en zijn voorafgaand aan de instemmings- of vergunningsaanvraag bekend. De locatie van het opslagterrein van de grondroerder moet in overleg met de gemeente bepaald worden. De gemeente stelt de volgende voorwaarden aan inrichting en oplevering van het opslagterrein: een opslagterrein mag niet binnen de kroonprojectie van de te handhaven bomen liggen; ongestoorde ligging van aanwezige kabels en/of leidingen moet worden gewaarborgd; de grondroerder moet gedurende de werkzaamheden het laden en lossen en het opslaan van bouwmaterialen op het opslagterrein laten plaatsvinden, niet daarbuiten; na afloop van de werkzaamheden moet het opslagterrein schoon en in oude staat opgeleverd worden; de inrichting en oplevering van het opslagterrein wordt tussen de coördinator en/of toezichthouder en de grondroerder afgestemd. Het is alleen toegestaan om Klic-gegevens in het veld aan te geven met wegenkrijt (of in overleg met de toezichthouder een alternatief dat biologisch verantwoord is). Spuitbussen of andere methoden waarbij er verfresten achterblijven op de bestrating zijn niet toegestaan. Het risico voor het afvoeren en aanvoeren van bouwstoffen ligt altijd bij de grondroerder. De grondroerder moet daarbij aan alle wettelijke eisen en (milieu-)voorschriften voldoen. Behoudens bij spoedeisende werkzaamheden moet er, conform de Arbowet, voor werknemers een toiletvoorziening op of nabij de graaflocatie aanwezig zijn. Als een toiletcabine wordt ingezet moet deze vastgezet worden tegen omwerpen. Tenzij met de coördinator en/of toezichthouder anders is overeengekomen, mag er per dag geen grotere sleuflengte worden opengemaakt, dan op die dag weer volledig kan worden dichtgemaakt. Ook moeten alle montage- c.q. lasgaten dicht gemaakt worden. De voorwaarden inzake de uitvoering van het herstel en onderhoud van de verharding en/of groenvoorziening zijn vastgelegd in de Schaderegeling ingravingen kabels en leidingen. Als binnen 5 jaar na aanleg van de verharding, groot onderhoud of herinrichting van de openbare ruimte een grondroerder werkzaamheden moet uitvoeren en de grondroerder zelf zorg draagt voor herstel van de elementenverharding, moet voorafgaand aan de werkzaamheden met de coördinator overlegd worden over de wijze waarop de grondroerder de kwaliteit van de huidige verharding wil bereiken en kan garanderen. Als de huidige kwaliteit niet kan worden gegarandeerd kunnen de gemeente en de grondroerder gezamenlijk besluiten dat de kabels en/of leidingen via een ander tracé worden gelegd of dat de verharding over een grotere of volle breedte opnieuw wordt gelegd, zodat de huidige kwaliteit wel kan worden gegarandeerd. Bij werkzaamheden moet definitief herstel binnen 5 werkdagen gereed zijn en bij werkzaamheden van niet ingrijpende aard of spoedeisende werkzaamheden binnen 5 werkdagen. Uitzonderingen hierop zijn artikel 3.3, derde en vierde lid, en de locaties waar gesloten verharding aanwezig is, daarvoor geldt artikel 8.3. De gemeente kan ervoor kiezen om de open verharding in (gedeelten van) de openbare ruimte in eigen beheer te (laten) herstellen. Afspraken hierover worden voor aanvang van het werk gemaakt. In deze gevallen zorgt de grondroerder ervoor dat de opgebroken verhardingsmaterialen onder handbereik langs het tracé worden opgetast. De grondroerder herstelt de sleuf, inclusief verdichting en brengt het zandbed (0,05 m schoon zand) voor de bestrating aan. De grondroerder herstelt de sleuf, inclusief verdichting en brengt in alle gevallen een zandbed (0,05 m schoon zand) aan voordat de bestrating wordt hersteld. Tijdens het werk moeten alle (bestratings-)materialen (zo mogelijk) in de nabijheid van de sleuf opgetast worden, in ieder geval binnen de wegafzetting maar niet tegen gevels, hekwerken of bomen. Zand, grond en eventueel funderingsmateriaal moet gescheiden worden ontgraven, gescheiden worden opgeslagen en gescheiden worden teruggebracht in de sleuf. Als er direct naast de sleuf geen ruimte is moet de plaats van tijdelijke opslag van (bestratings-) materialen vooraf in overleg met de coördinator en/of toezichthouder worden bepaald. Na beëindiging van het werk (of tussentijds op eerste aanzegging van de gemeente binnen 5 werkdagen) moeten deze (bestratings-)materialen worden verwijderd. Indien van toepassing moet de ondergrond worden hersteld in de staat zoals vooraf aanwezig was. Alle aanwezige onbeschadigde (bestratings-)materialen moeten onbeschadigd herplaatst worden. De grondroerder moet bij beschadiging zelf zorgen voor herstel en/of vervangend (bestratings-)materiaal. Uitzondering hierop zijn situaties waarbij tijdens gezamenlijke vooropname van het tracé met de coördinator en/of toezichthouder nadere afspraken zijn gemaakt over het leveren van (bestratings-)materiaal door de gemeente. Al het te gebruiken (bestratings-)materiaal moet van dezelfde soort (kleur, maat en materiaalsamenstelling) en minimaal dezelfde kwaliteit zijn als het aanwezige (bestratings-) materiaal en de door de gemeente gebruikelijk toe te passen (bestratings-)materialen. Rondom afsluiters, brandkranen, handholes en dergelijke, die vanaf maaiveldniveau toegankelijk zijn, moeten in (gesloten)verharding betonnen pastegels (zogenaamde straatkappen) aangebracht worden. Als de coördinator en/of toezichthouder constateert dat een distributie- of mutatiepunt of bovengrondse voorziening niet conform de gemaakte afspraak is geplaatst, of dat de verdichting van de sleuf en/of het herstel van de sleufverharding niet voldoet aan de bij aanleg gestelde eisen moet dit op eerste aanzegging van de gemeente binnen 5 werkdagen door of in opdracht van de netbeheerder worden verplaatst of hersteld. Nadat de werkzaamheden gereed zijn moet het tracé volledig hersteld zijn en de werkomgeving moet opgeruimd achtergelaten worden. Bermen en onverharde grond moeten vrij van stenen en dergelijke en indien van toepassing ingezaaid zijn. Al het overtollige puin, grond, zand, beplantingsresten en/of afval van de werkzaamheden moet afgevoerd worden naar een erkende, gecertificeerde verwerker. Er mag ook geen zand of vuil achterblijven in (mol)goten, lijnafwatering en straat- en trottoirkolken (indien nodig moet de grondroerder deze reinigen). Daartoe moeten straat- en trottoirkolken en lijnafwatering gedurende de werkzaamheden tijdelijk worden afgedekt. Eventueel gemaakte bronneringsgaten moeten weer opgevuld worden met brekerzand. De werkomgeving moet worden opgeleverd in ten minste de oude staat. De bepalingen in artikel 7.2.1 tot en met 7.2.4 zijn ook van toepassing voor de uitvoering. Als tijdens de uitvoering afgeweken wordt van het ingestemde tracé (in horizontale of verticale zin) moet dit altijd vooraf goedgekeurd worden door de coördinator en/of toezichthouder. De grondroerder stuurt daarna binnen 5 werkdagen een gewijzigde digitale tracétekening met afwijkingsrapport naar de gemeente ten behoeve van het instemmings- of vergunningsdossier.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel