Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 8.

Artikel 8.2.

Opbreken en (indien van toepassing) herstellen open verharding

Onderdeel van Handboek kabels en leidingen Meierijstad als nadere regel ter uitwerking van de AVOI

Wegkruisingen in wegen met een open verharding met een (gebonden) puinfundering of met een waterdoorlatende verharding en -fundering opbouw moeten altijd gerealiseerd worden door middel van een persing of (gestuurde) boring conform artikel 8.5, tenzij met de coördinator en/of toezichthouder anders wordt overeengekomen. Wegkruisingen in wegen met een open verharding met een zandfundering mogen in open ontgraving (in 2 gedeelten) gerealiseerd worden. Ter plaatse van de wegkruising moet bij voorkeur een mantelbuis gelegd worden waardoorheen de kabel en/of leiding moet worden gevoerd. De mantelbuis moet minimaal 0,60 m (bij kabels) of 1,00 m (bij leidingen) aan weerszijden van het kruisen vlak door lopen, tenzij met de coördinator en/of toezichthouder anders wordt overeengekomen. Als tijdens het opbreken van open verharding elementen breken of beschadigen moet de grondroerder deze zelf vervangen door elementen van gelijke samenstelling en hoedanigheid. Indien voorradig kunnen deze eventueel worden geleverd door de gemeente. Als tijdens een vooropname gezamenlijk (coördinator en/of toezichthouder en grondroerder) geïnventariseerd is dat een verharding van een nog op te breken tracé gebroken of beschadigde elementen bevat kan het vervangende materiaal mogelijk door de gemeente beschikbaar worden gesteld. Hierover moeten afspraken gemaakt worden met de coördinator en/of toezichthouder. Bij het verwijderen van lijnafwatering en opsluitbanden die een fundering van (stamp)beton of gestabiliseerd zand hebben, moeten deze inclusief funderingsconstructie in oude staat hersteld worden. Wanneer een lijnafwatering of een gefundeerde trottoirband gekruist moet worden, moet over de toe passen werkwijze overlegd worden met de coördinator en/of toezichthouder. Waterdoorlatende verhardingen mogen niet worden opgebroken tenzij anders met de coördinator of toezichthouder is overeengekomen. De werkwijze met betrekking tot het opbreken en herstel en de eventueel toe passen voegvulling moet altijd vooraf afgestemd worden met de coördinator en/of toezichthouder. Het opbreken en herstellen van bijzondere (sier)bestrating (onder andere natuursteen en gepolijste tegels) kan een specifieke werkwijze vereisen. Om ervoor te zorgen dat het zichtoppervlak van het bestratingsmateriaal niet beschadigt, moet de grondroerder de nodige beschermende maatregelen nemen waarbij aanwijzingen van de coördinator en/of toezichthouder altijd opgevolgd moeten worden. Bij herbestrating moeten de elementen onderling en ten opzichte van de ongeroerde elementen even hoog zijn gestraat. Binnen het teruggebrachte straatwerk mogen geen oneffenheden voorkomen. Het straatwerk moet onder hetzelfde profiel en verband worden gestraat als voor de werkzaamheden aanwezig was. Er mogen geen klinkers op z’n kant terug gestraat worden. Elementen kleiner dan een halve tegel of klinker mogen niet worden gebruikt. Uitgevoerd straatwerk moet schoongeveegd afgetrild worden en moet daarna, bij voorkeur meerdere keren en met tussenpozen van 24 uur, ingeveegd worden met schoon brekerzand (bij beton-klinkers), schoon straatzand (bij tegels) of schoon split (bij gebakken bestratingsmateriaal). Alle voegen in het straatwerk moeten in de eindsituatie voldoende met de ter plaatse toe te passen voegvulling zijn gevuld. Een teveel aan voegruimte moet verdeeld worden (schiften) over de sleufbreedte. De werkomgeving moet worden opgeleverd zoals omschreven in artikel 8.1, eenentwintigste lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel