In artikel 2 lid 1 sub b van de Verordening is bepaald dat een voorziening slechts kan worden verstrekt voor zover deze als goedkoopst compenserende voorziening kan worden aangemerkt. Het gaat om de goedkoopste oplossing waarmee het resultaat wordt bereikt. Eigenschappen van de voorziening die kostenverhogend werken zonder dat zij nodig zijn voor het te bereiken resultaat, zullen in principe niet voor vergoeding in aanmerking komen. Een uitzondering kan zijn dat een kwalitatief beter product de kosten verhoogt, maar ook de duurzaamheid verlengt, waardoor het product langer meegaat en dus uiteindelijk goedkoper is. Wat betreft het kwaliteitsniveau dient bij een verantwoord niveau te worden aangesloten, maar ook niet meer dan dat.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.3.2