Naar hoofdinhoud
Artikel 2 lid 2 sub a van de Verordening bepaalt dat een voorziening geweigerd wordt indien die voorziening algemeen gebruikelijk is voor de persoon als de belanghebbende. Waar de grens ligt tussen wat algemeen gebruikelijk is en wat niet, wordt bepaald door algemeen maatschappelijke normen. Rolstoelen zijn in principe niet algemeen gebruikelijk voor een persoon als de aanvrager. In de tijd kan iets wat voorheen niet als algemeen gebruikelijk werd gezien wel algemeen gebruikelijk worden. De beoordeling wat in het betreffende geval als algemeen gebruikelijk wordt beschouwd vindt plaats op basis van jurisprudentie en maatschappelijke ontwikkelingen. Voorbeelden van zaken die als algemeen gebruikelijk worden gezien (geen limitatieve opsomming): hendelkranen; thermostaatkranen; verhoogde toiletpotten, wandbeugels; douchezitjes, douchekrukken en douchestoelen; telefoonabonnement; automatische transmissie in de auto (automaat); airconditioning in de auto; stuurbekrachtiging auto; keramische kookplaat; kosten van aanschaf en het gebruik van een fiets met hulpmotor of trapondersteuning en/of lage instap en een snor-/bromfiets; wasdroger; centrale verwarming; regenkleding; aanpassingen ter vergroting van de veiligheid (deurketting (ook voor blinden geschikt), bijzondere sloten). De criteria die de uitvoeringsorganisatie hanteert bij het beoordelen of een zaak als algemeen gebruikelijk aangemerkt kan worden zijn: is het middel niet speciaal voor mensen met een handicap? is het normaal in de handel verkrijgbaar, overal te koop? is het niet aanzienlijk duurder dan vergelijkbare producten? Indien de drie vragen met ‘ja’ kunnen worden beantwoord, is veelal sprake van een algemeen gebruikelijke zaak. Meerkosten vanwege de beperkingen van een belanghebbende aan algemeen gebruikelijke voorzieningen kunnen onder bepaalde voorwaarden wel recht op aanspraken geven (bijvoorbeeld aanpassingen aan fiets of auto). Algemeen gebruikelijke zaken zouden conform jurisprudentie toch voor vergoeding in aanmerking kunnen komen indien een ziekte of gebrek noopt tot plotselinge onvoorzienbare vervanging van zaken, die reeds recent vervangen zijn en anders niet vervangen zouden worden. Hierbij wordt wel het inkomen van de belanghebbende beoordeeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel