Artikel 2 lid 2 sub c van de Verordening bepaalt dat een voorziening geweigerd wordt voor zover deze betrekking heeft op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw. Het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw is vastgesteld in het Bouwbesluit 2003. Woonvoorzieningen die op dit uitrustingsniveau worden verstrekt, zijn van voldoende kwaliteit.
Een voorbeeld is een garage, waarvoor een elektrische deuropener wordt aangevraagd om er gebruik van te kunnen maken. Omdat een garage niet tot het uitrustingsniveau van de sociale woningbouw behoort, zal aanpassing niet verstrekt worden in het kader van de Wmo, tenzij de garage de enige plek is waar bijvoorbeeld een scootermobiel gestald dient te worden. Hieruit blijkt dat een individuele beoordeling noodzakelijk is. Het categorisch uitsluiten van een voorziening, omdat deze betrekking heeft op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw is gelet op jurisprudentie (Rechtbank Arnhem, 3 april 2009, 08/2026) niet juist.
Ook bij hulp bij het huishouden speelt het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw een rol. Het is niet mogelijk om aanzienlijk meer hulp te krijgen vanwege het feit dat men in een veel grotere of meer luxe woning woont of een zwembad bij de woning schoon te houden heeft.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.3.5