Naar hoofdinhoud
Bij een aanvraag voor hulp bij het huishouden moet allereerst bezien worden of en in hoeverre eventuele huisgenoten zelf de problemen bij het voeren van het huishouden kunnen oplossen. Gebruikelijke zorg is zorg waarvoor geen hulp bij het huishouden wordt geboden. Het is de normale, dagelijkse zorg die partners of ouders en inwonende kinderen geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid een gezamenlijke huishouding voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden. Van gebruikelijke zorg is sprake indien er een huisgenoot aanwezig is, die in staat kan worden geacht het huishoudelijk werk over te nemen. Onder huisgenoot wordt verstaan: een persoon die - ofwel op basis van een familieband, ofwel op basis van een bewuste keuze - één huishouden vormt met de persoon die beperkingen ondervindt. Een huisgenoot is bijvoorbeeld een inwonend kind, maar zijn ook inwonende ouders. De concrete feitelijke woonsituatie wordt beoordeeld. Daarbij staat inwonend tegenover het hebben van een volledig eigen en zelfstandige huishouding, waarbij er geen zaken zoals huisnummer, kosten nutsvoorzieningen, voordeur e.d. door elkaar lopen. Van een volwassen gezonde huisgenoot wordt verwacht dat deze de huishoudelijke taken overneemt wanneer de primaire verzorger uitvalt. Er wordt uitgegaan van de mogelijkheid om naast een volledige baan een huishouden te kunnen voeren. Redenen als “het niet gewend zijn om” of “geen huishoudelijk werk willen en/of kunnen (lees: niet geleerd hebben) verrichten” leiden niet tot een indicatie voor hulp bij het huishouden. Indien hiervoor motivatie aanwezig is, kan er een indicatie worden gesteld voor 6 weken hulp voor het aanleren van huishoudelijke taken en/of het leren (efficiënter) organiseren van het huishouden. Ook indien er sprake is van een lat-relatie, beoordeelt de uitvoeringsorganisatie de gebruikelijke zorg. Afhankelijk hoeveel dagen/dagdelen de partner bij de belanghebbende aanwezig is, zal een verlaging op de indicatie voor hulp bij het huishouden worden toegepast. Bij gebruikelijke zorg wordt rekening gehouden met de leeftijd van de huisgenoot. Van huisgenoten tussen de 12 en 18 jaar wordt verwacht dat zij hun bijdragen leveren door hun eigen kamer schoon te houden en door hand- en spandiensten te verrichten, zoals het doen van (kleine) boodschappen, het helpen van tafeldekken en afruimen, het helpen bij de afwas, etc. Een 18-23 jarige wordt verondersteld een éénpersoonshuishouden te kunnen voeren en kan dan ook, tenzij er sprake is van objectief aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek bij het voeren van een huishouden, de volgende bijdrage leveren aan de huishoudelijke taken: schoonhouden van sanitaire ruimte: keuken en een kamer schoonhouden; de was doen; boodschappen doen; maaltijd verzorgen; afwassen en opruimen. Daarnaast kunnen zij eventuele jongere gezinsleden verzorgen en begeleiden. De uitvoeringsorganisatie kan besluiten dat een huisgenoot of partner geen gebruikelijke zorg kan leveren vanwege gezondheidsproblemen of (dreigende) overbelasting. De (medische) gegevens ter onderbouwing hiervan moeten door de belanghebbende worden aangeleverd. Ook kan worden besloten dat een partner met een (fulltime) baan voor een deel van de werkzaamheden, bijvoorbeeld het zware huishoudelijke werk, geen gebruikelijke zorg hoeft te leveren, omdat de volledige ADL-zorg van kleine kinderen (< 7 jaar) al door deze partner moet worden verricht. Tevens kan er in een gezin met kleine kinderen (< 7 jaar) en een partner met structurele onregelmatige werktijden een uitzondering gemaakt worden op het toepassen van gebruikelijke zorg voor een deel van de uitstelbare huishoudelijke taken om continuïteit te waarborgen. Indien een huisgenoot of partner vanwege werk fysiek niet aanwezig is, wordt hiermee bij de uitstelbare huishoudelijke taken uitsluitend rekening gehouden, wanneer het om aaneengesloten perioden van tenminste zeven etmalen gaat. Bij het zware en lichte huishoudelijk werk gaat het veelal om uitstelbare taken. Ook bij het doen van boodschappen en bij het beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding zal het over het algemeen gaan om uitstelbare taken. Het bereiden van maaltijden en het zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren is niet-uitstelbare hulp. Hier kan wel voor geïndiceerd worden. In geval de belanghebbende een zeer korte levensverwachting heeft kan ter ontlasting van de leefeenheid afgeweken worden van gebruikelijke zorg. Wanneer in redelijkheid niet (meer) kan worden verondersteld dat een nieuwe taak als het huishouden nog is te trainen of aan te leren, zoals bij ouderen op hoge leeftijd (> 75 jaar) kan, indien nodig, hulp voor de zwaar huishoudelijke taken worden geïndiceerd die anders tot de gebruikelijke zorg zouden worden gerekend.

Rechtspraak bij dit artikel