Van algemeen gebruikelijke voorzieningen, zoals kinderopvang (crèche, overblijfmogelijkheden op school, voor- en naschoolse opvang), de oppascentrale, een maaltijddienst, een hondenuitlaatservice en een boodschappendienst dient gebruik gemaakt te worden. Ook valt bij een voorliggende voorziening te denken aan het gebruik van de glazenwasser voor het reinigen van de ramen aan de buitenkant.
Gebruik van kinderopvang/crèche als voorliggende voorziening voor oppas van gezonde kinderen tot 5 dagen per week is redelijk.
In de jurisprudentie wordt het gebruik moeten maken van voorliggende voorzieningen aanvaardbaar geacht. De wens geen gebruik te maken van dergelijke voorliggende voorzieningen, terwijl deze feitelijk aanwezig zijn, kan niet leiden tot een indicatie voor hulp bij het huishouden, zelfs niet wanneer vanwege financiële overwegingen wordt afgezien van de voorliggende voorzieningen.
Indien voor het doen van boodschappen en het bereiden van de maaltijden de voorliggende voorzieningen niet tegemoet kunnen komen aan de eisen van een, door een arts voorgeschreven dieet, kan deze taak in de thuissituatie worden geïndiceerd. Ook in leefeenheden met jonge (< 12jr.) kinderen kan in een crisissituatie voor een beperkte periode een indicatie worden gesteld.
Daarnaast is er geen indicatie voor hulp bij het huishouden als de problemen van de belanghebbende afdoende kunnen worden opgelost met technische hulpmiddelen. Deze hulpmiddelen kunnen bestaan uit algemeen gebruikelijke huishoudelijke apparatuur, zoals een stofzuiger, een wasmachine, een wasdroger of een afwasmachine. Als dergelijke apparaten niet aanwezig zijn maar wel een adequate oplossing zouden bieden voor het probleem, hebben deze hulpmiddelen de voorkeur boven het inzetten van hulp. Ook zal de uitvoeringsorganisatie beoordelen of er andere eigen mogelijkheden zijn. Hierbij kan gedacht worden aan de situatie dat in de omgeving wonende bekenden en/of uitwonende kinderen de boodschappen en de wastaken kunnen doen.
Indien de belanghebbende voor het ontstaan van de beperkingen al een particuliere huishoudelijke hulp heeft, dan wordt dit beschouwd als een voorliggende voorziening. Als tegelijk met het optreden van de beperking geen inkomenswijziging heeft plaatsgevonden en er geen aantoonbare meerkosten zijn in relatie tot de handicap, is het oordeel dat er geen compensatie nodig is, omdat het probleem al opgelost is. Dit is uiteraard anders als aangetoond kan worden dat er zodanige wijzigingen zijn dat het niet meer mogelijk is deze hulp zelf te betalen.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4