Bij het verstrekken van een verhuiskostentegemoetkoming en bij het bepalen van de hoogte hiervan houdt de uitvoeringsorganisatie rekening met de mate waarin de verhuizing te verwachten of te voorspellen was. Bij een verhuizing die langer dan drie jaar voorzienbaar of voorspelbaar is, wordt in principe geen verhuiskostentegemoetkoming toegekend.
Artikel 20 sub e van de Verordening bepaalt dat geen tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten wordt verstrekt indien de belanghebbende verhuist op een moment dat de verhuizing voor de belanghebbende als voorspelbaar, voorzienbaar en/of zelfs zonder de beperking als algemeen gebruikelijk wordt beschouwd. De belanghebbende kan een dergelijke verhuizing van te voren zien aankomen, waardoor men er geld voor kan reserveren.
Met de eerdergenoemde bepaling wil de uitvoeringsorganisatie voorkomen dat verhuiskostentegemoetkomingen worden verstrekt aan personen die op zich al jaren hadden (kunnen) zien aankomen dat zij zouden moeten verhuizen. Iemand die zelf uit voorzorg vast verhuist, krijgt geen verhuiskostentegemoetkoming in het kader van de Wmo, terwijl iemand die afwacht tot het echt niet langer gaat in de woning en dan pas verhuist, wel een verhuiskostentegemoetkoming zou krijgen.
Verhuizingen die behoren onder verhuizingen die in de lijn der verwachting liggen zijn bijvoorbeeld het voor het eerst zelfstandig gaan wonen, met een partner groter gaan wonen, vanwege kinderen groter gaan wonen, omdat de kinderen de deur uit zijn kleiner gaan wonen en bij een gevorderde leeftijd in een meer op de leeftijd afgestemde woning gaan wonen.
Voor personen van gevorderde leeftijd is verhuizen naar een kleinere, meer comfortabele, eventueel meer op de leeftijd afgestemde woning gebruikelijk. Een verhuizing naar een zorgwoning (aanleunwoning) past bij de levensfase van senioren, zodat deze verhuizing als algemeen gebruikelijke stap beschouwd kan worden. Ook indien een belanghebbende verhuist naar een AWBZ-instelling (zorgcentrum of verpleeghuis), kan hij niet in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten.
Het valt onder de eigen verantwoordelijkheid van de belanghebbende om te reserveren voor een verhuizing die in de lijn der verwachting ligt. Dit geldt niet alleen voor een verhuizing die past bij een bepaalde levensfase, maar ook wanneer een diagnose wordt gesteld waarbij duidelijk is dat men op termijn moet verhuizen.
De vraag of er een medische indicatie bestaat voor de verhuizing is bij een dergelijke voorspelbare, voorzienbare en/of algemeen gebruikelijke verhuizing niet doorslaggevend. Een uitzondering hierop kan gemaakt worden indien er bij de belanghebbende sprake is van een plotseling opgetreden handicap. Voor de beoordeling is dan ook van belang of de belanghebbende al geruime tijd beperkingen heeft. Ook speelt hierin mee of de belanghebbende via de Woonkrant reageert op woningen of al geruime tijd staat ingeschreven voor een senioren- of aanleunwoning.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3.3