Naar hoofdinhoud
Bepaalde gedragsproblemen van gehandicapten, bijvoorbeeld hyperactiviteit en moeilijkheden in het doseren van omgevingsprikkels, kunnen (op bepaalde tijden) aanleiding geven tot problemen bij het verblijf van de verstandelijk gehandicapte in de woonruimte. Deze problemen kunnen worden opgevangen door in de woning over een uitraasruimte te beschikken. Op grond van artikel 15 onder e van de Verordening wordt een uitraasruimte als woonvoorziening aangemerkt. Bij een uitraasruimte gaat het om een kamer (verblijfsruimte) waarin de belanghebbende tot rust kan komen. Het kan ook een slaapkamer van de belanghebbende zijn. De uitraasruimte is bedoeld om de belanghebbende tegen zichzelf te beschermen, alsmede om de ouders/verzorgers in staat te stellen beter toezicht uit te oefenen. Het moet er om gaan dat de uitraasruimte het belang van de belanghebbende dient. Gaat het bij de gevolgen van de gedragsproblemen niet om de belangen van de belanghebbende, maar om die van anderen, bijvoorbeeld als huisgenoten hinder ondervinden van de belanghebbende, dan is er geen sprake van een uitraasruimte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel